Voorspelen (to play) conjugation

Dutch
35 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
speel voor
I play
speelt voor
you play
speelt voor
he/she/it plays
spelen voor
we play
spelen voor
you all play
spelen voor
they play
Present perfect tense
heb voorgespeeld
I have played
hebt voorgespeeld
you have played
heeft voorgespeeld
he/she/it has played
hebben voorgespeeld
we have played
hebben voorgespeeld
you all have played
hebben voorgespeeld
they have played
Past tense
speelde voor
I played
speelde voor
you played
speelde voor
he/she/it played
speelden voor
we played
speelden voor
you all played
speelden voor
they played
Future tense
zal voorspelen
I will play
zult voorspelen
you will play
zal voorspelen
he/she/it will play
zullen voorspelen
we will play
zullen voorspelen
you all will play
zullen voorspelen
they will play
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou voorspelen
I would play
zou voorspelen
you would play
zou voorspelen
he/she/it would play
zouden voorspelen
we would play
zouden voorspelen
you all would play
zouden voorspelen
they would play
Subjunctive mood
spele voor
I play
spele voor
you play
spele voor
he/she/it play
spele voor
we play
spele voor
you all play
spele voor
they play
Past perfect tense
had voorgespeeld
I had played
had voorgespeeld
you had played
had voorgespeeld
he/she/it had played
hadden voorgespeeld
we had played
hadden voorgespeeld
you all had played
hadden voorgespeeld
they had played
Future perf.
zal voorgespeeld hebben
I will have played
zal voorgespeeld hebben
you will have played
zal voorgespeeld hebben
he/she/it will have played
zullen voorgespeeld hebben
we will have played
zullen voorgespeeld hebben
you all will have played
zullen voorgespeeld hebben
they will have played
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou voorgespeeld hebben
I would have played
zou voorgespeeld hebben
you would have played
zou voorgespeeld hebben
he/she/it would have played
zouden voorgespeeld hebben
we would have played
zouden voorgespeeld hebben
you all would have played
zouden voorgespeeld hebben
they would have played
Present bijzin tense
voorspeel
I play
voorspeelt
you play
voorspeelt
he/she/it plays
voorspelen
we play
voorspelen
you all play
voorspelen
they play
Past bijzin tense
voorspeelde
I played
voorspeelde
you played
voorspeelde
he/she/it played
voorspeelden
we played
voorspeelden
you all played
voorspeelden
they played
Future bijzin tense
zal voorspelen
I will play
zult voorspelen
you will play
zal voorspelen
he/she/it will play
zullen voorspelen
we will play
zullen voorspelen
you all will play
zullen voorspelen
they will play
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou voorspelen
I would play
zou voorspelen
you would play
zou voorspelen
he/she/it would play
zouden voorspelen
we would play
zouden voorspelen
you all would play
zouden voorspelen
they would play
Subjunctive bijzin mood
voorspele
I play
voorspele
you play
voorspele
he/she/it play
voorspele
we play
voorspele
you all play
voorspele
they play
Du
Ihr
Imperative mood
speel voor
play
speelt
play

Examples of voorspelen

Example in DutchTranslation in English
Als ik het zou mogen voorspelen...If I could play for you...
De enige reden, dat ik deze baan nam, was omdat ik zo bevriend kon worden met Alejandro en hem mijn muziek kon voorspelen.The only reason I took this job was so I could become friends with Alejandro and play him my music.
Hij had gevraagd of ik kwam voorspelen.He asked me to play for him some time ago.
Ik moet ze m'n ouverture nog voorspelen.I have my overture before they play.
Ik wil jullie eigenlijk iets voorspelen.Actually, I wanna play you something.
- Ik speel voor Northwestern High.I play for Northwestern High. I'm gonna score touchdown.
- Ik speel voor de school.- What, uh, you play ball?
- Ik speel voor mammie.Come on! I'm playing for Mummy!
- Kom aan, speel voor de kok.- Come on, play for the cook.
Bereik m'n familie... en ik speel voor je met al m'n liefdadigheid.Reach my family... and I play for you all my charity.
- Die speelt voor 't Leger des Heils.Last I heard, she was playin' with the Salvation Army.
- Die speelt voor de Colombianen.Who's Juan Pablo? He plays for the Colombians.
- Hij speelt voor een protestante club.- He plays for a Protestant club.
- Je speelt voor God.You are playing God.
- Je speelt voor jezelf.What you care about? You playing for yourself.
- Geen stopwatch. We doen 't op z'n Amerikaans. We spelen voor 't echt.As you Americans say, "We will play for keeps."
- Heb je er ooit van gedroomd om te jammen met je muzikale helden of concerten te spelen voor hordes schreeuwende fans?Did you ever dream about jamming with your favorite musical heroes, or playing gigs in front of throngs of screaming fans?
- Het is een voorrecht... om te spelen voor de volgende president van de VS.It's a privilege to play for the next president of the United States.
- Ja, we spelen voor Auburn.Yeah. We play for Auburn.
- We gaan spelen voor de nationale titel.- We're gonna play for the national title.
- Hij speelde voor Cincinnati.He played for Cincinnati.
- Jij speelde voor Coventry in '98 nietwaar?- You played for Coventry in '98, right?
Dat is ook waar, je speelde voor een kerk ofzo.That's true, you played for a church or something.
Denk eens aan de eerste keer toen je die muziek speelde voor haar...Remember when you first played the music for her...
Dus Brisset naaide Therrien, die speelde voor de Fleur de Lys, dus kreeg hij een fleur de lys met 2 vleugels aan iedere kant.So Brisset screwed Therrien, who played for the Fleur de Lys, so he gets a fleur de lys with two scales on either side.
Delta, je ziet er nu zelfs jonger uit dan die keer op Piccadilly toen we speelden voor die kinderen.Delta, you look even younger now than you did that time in Piccadilly when you played with those children. Remember?
We speelden voor God en kijk wat het bracht.Yeah, well, we played God, and look what we brought forth.
Zij speelden niet alleen voor zichzelf, ze speelden voor een stad.They weren't just out here playing for themselves. They played for a city.
Annie, ben je zeker dat deze man je niets voorspeelt?Hey, Annie, are you sure this guy isn't playing you?
Ik wil liever, dat u me wat voorspeelt.I'd like you to play something for me.
"A" speelt geen spelletje, ze voert een goochelshow op."A" is not playing a game, she's putting on a magic show.
"Die speelt niet slecht." Dus ik ging naar binnen... ik zei 'm dat ik bas speelde... en we begonnen meteen te jammen.I said, "The cat's all right." So I stopped in... and I introduced myself to him. I told him I played bass. And I went and checked out a bass.
"Dit hele appartement speelt D D.""This whole apartment is playing D D."
"Er is een kip in Mexico die Cluedo speelt"?"There is a chicken in Mexico who can play tic-tac-toe"?
"Gilda" maandag speelt, en ik weet dat Rita Hayworth je favoriet is, dus ik vroeg me af, of, eh, nou, het zou leuk zijn als, eh, als je met mij... de film wilt zien, als je wilt.that "Gilda" is playing on Monday, and I know that Rita Hayworth is your favorite, and I wondered if, uh, well, it might be good if, uh, if you wanted to, to see... see that talkie with me, if you wanted to.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

doorspelen
continue
voorttelen
may breed
voorvoelen
feel

Similar but longer

voorspelden
do
voorspellen
predict

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'play':

None found.
Learning languages?