Thuisbezorgen (to deliver) conjugation

Dutch
10 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
bezorg thuis
I deliver
bezorgt thuis
you deliver
bezorgt thuis
he/she/it delivers
bezorgen thuis
we deliver
bezorgen thuis
you all deliver
bezorgen thuis
they deliver
Present perfect tense
heb thuisbezorgd
I have delivered
hebt thuisbezorgd
you have delivered
heeft thuisbezorgd
he/she/it has delivered
hebben thuisbezorgd
we have delivered
hebben thuisbezorgd
you all have delivered
hebben thuisbezorgd
they have delivered
Past tense
bezorgde thuis
I delivered
bezorgde thuis
you delivered
bezorgde thuis
he/she/it delivered
bezorgden thuis
we delivered
bezorgden thuis
you all delivered
bezorgden thuis
they delivered
Future tense
zal thuisbezorgen
I will deliver
zult thuisbezorgen
you will deliver
zal thuisbezorgen
he/she/it will deliver
zullen thuisbezorgen
we will deliver
zullen thuisbezorgen
you all will deliver
zullen thuisbezorgen
they will deliver
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou thuisbezorgen
I would deliver
zou thuisbezorgen
you would deliver
zou thuisbezorgen
he/she/it would deliver
zouden thuisbezorgen
we would deliver
zouden thuisbezorgen
you all would deliver
zouden thuisbezorgen
they would deliver
Subjunctive mood
bezorge thuis
I deliver
bezorge thuis
you deliver
bezorge thuis
he/she/it deliver
bezorge thuis
we deliver
bezorge thuis
you all deliver
bezorge thuis
they deliver
Past perfect tense
had thuisbezorgd
I had delivered
had thuisbezorgd
you had delivered
had thuisbezorgd
he/she/it had delivered
hadden thuisbezorgd
we had delivered
hadden thuisbezorgd
you all had delivered
hadden thuisbezorgd
they had delivered
Future perf.
zal thuisbezorgd hebben
I will have delivered
zal thuisbezorgd hebben
you will have delivered
zal thuisbezorgd hebben
he/she/it will have delivered
zullen thuisbezorgd hebben
we will have delivered
zullen thuisbezorgd hebben
you all will have delivered
zullen thuisbezorgd hebben
they will have delivered
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou thuisbezorgd hebben
I would have delivered
zou thuisbezorgd hebben
you would have delivered
zou thuisbezorgd hebben
he/she/it would have delivered
zouden thuisbezorgd hebben
we would have delivered
zouden thuisbezorgd hebben
you all would have delivered
zouden thuisbezorgd hebben
they would have delivered
Present bijzin tense
thuisbezorg
I deliver
thuisbezorgt
you deliver
thuisbezorgt
he/she/it delivers
thuisbezorgen
we deliver
thuisbezorgen
you all deliver
thuisbezorgen
they deliver
Past bijzin tense
thuisbezorgde
I delivered
thuisbezorgde
you delivered
thuisbezorgde
he/she/it delivered
thuisbezorgden
we delivered
thuisbezorgden
you all delivered
thuisbezorgden
they delivered
Future bijzin tense
zal thuisbezorgen
I will deliver
zult thuisbezorgen
you will deliver
zal thuisbezorgen
he/she/it will deliver
zullen thuisbezorgen
we will deliver
zullen thuisbezorgen
you all will deliver
zullen thuisbezorgen
they will deliver
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou thuisbezorgen
I would deliver
zou thuisbezorgen
you would deliver
zou thuisbezorgen
he/she/it would deliver
zouden thuisbezorgen
we would deliver
zouden thuisbezorgen
you all would deliver
zouden thuisbezorgen
they would deliver
Subjunctive bijzin mood
thuisbezorge
I deliver
thuisbezorge
you deliver
thuisbezorge
he/she/it deliver
thuisbezorge
we deliver
thuisbezorge
you all deliver
thuisbezorge
they deliver
Du
Ihr
Imperative mood
bezorg thuis
deliver
bezorgt thuis
deliver

Examples of thuisbezorgen

Example in DutchTranslation in English
Generaal Clayton wilde het maandverslag en Radar zei dat we niet thuisbezorgen. - Klopt.And this morning, General Clayton called for the monthly report, and Radar told him, "We don't deliver."
Ik wil een pizza laten thuisbezorgen.Yes, I would like a pizza delivered to my home.
Maar thuisbezorgen is niet nieuw in Manhattan.But home delivery's nothing new in Manhattan.
Als ik die stenen online bestel, krijg ik ze keurig thuisbezorgd.I could order these rocks online and have them delivered to my house, vacuum-sealed.
Dat wordt thuisbezorgd.It'll be delivered to your house.
Elke maand wordt een klassieker thuisbezorgd." Each month, a new classic will be delivered.
Hebt u nooit iets bij hem thuisbezorgd?You never delivered groceries to his place or anything?
Ik heb al bij u thuisbezorgd.I've delivered to you before.
Ik heb trek in pizza, weet je d'r één die thuisbezorgt?You know a place that delivers? '
Je vindt natuurlijk de enige matraszaak die niet thuisbezorgt.Trust you to find the only mattress place on the island that doesn't deliver.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

terugtrekken
retreat
terugvallen
fall back
terugwerpen
retort
terugwijken
retreat
terugwijzen
back point
terugzetten
reset
theoretiseren
theorize
thuisblijven
stay at home
tiktakken
do
tochten
regret

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'deliver':

None found.
Learning languages?