Nieten (to staple) conjugation

Dutch
17 examples

Conjugation of nieten

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
niet
I staple
niet
you staple
niet
he/she/it staples
nieten
we staple
nieten
you all staple
nieten
they staple
Present perfect tense
heb geniet
I have stapled
hebt geniet
you have stapled
heeft geniet
he/she/it has stapled
hebben geniet
we have stapled
hebben geniet
you all have stapled
hebben geniet
they have stapled
Past tense
niette
I stapled
niette
you stapled
niette
he/she/it stapled
nietten
we stapled
nietten
you all stapled
nietten
they stapled
Future tense
zal nieten
I will staple
zult nieten
you will staple
zal nieten
he/she/it will staple
zullen nieten
we will staple
zullen nieten
you all will staple
zullen nieten
they will staple
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou nieten
I would staple
zou nieten
you would staple
zou nieten
he/she/it would staple
zouden nieten
we would staple
zouden nieten
you all would staple
zouden nieten
they would staple
Subjunctive mood
niete
I staple
niete
you staple
niete
he/she/it staple
niete
we staple
niete
you all staple
niete
they staple
Past perfect tense
had geniet
I had stapled
had geniet
you had stapled
had geniet
he/she/it had stapled
hadden geniet
we had stapled
hadden geniet
you all had stapled
hadden geniet
they had stapled
Future perf.
zal geniet hebben
I will have stapled
zal geniet hebben
you will have stapled
zal geniet hebben
he/she/it will have stapled
zullen geniet hebben
we will have stapled
zullen geniet hebben
you all will have stapled
zullen geniet hebben
they will have stapled
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou geniet hebben
I would have stapled
zou geniet hebben
you would have stapled
zou geniet hebben
he/she/it would have stapled
zouden geniet hebben
we would have stapled
zouden geniet hebben
you all would have stapled
zouden geniet hebben
they would have stapled
Du
Ihr
Imperative mood
niet
staple
niet
staple

Examples of nieten

Example in DutchTranslation in English
- Je kunt de anastomose nieten.You could staple the anastomosis. Now why would I want to do that?
- Laat me je hoofd niet vast nieten!- Don't make me staple your head!
- Wel als je wilt nieten.- Only if you want to use that stapler.
Als je het niet zegt, laat ik je huid eraf stropen... en binnenstebuiten weer erop nieten.If you don't tell me right now, I am gonna have your skin peeled off and stapled back on inside out.
Dan kan ik m'n rijbewijs op Homers kop nieten.- I want to take the test again. - Why? So I can staple my license... to Homer Simpson's big bald head!
- Daar kan ze niet tegen.Well maybe we should just buy her a stapler and wrap it in brown paper and just smear just dog poo on it.
- Dat hoeft niet.The staples are in there pretty deep.
- Dit kan echt niet.Well, I'll staple.
- Het is niet jouw nietmachine.-It's not your stapler.
- Het niet pistool.- The staple gun.
- Haar maag is geniet.Her stomach's stapled.
- Vast geniet.Uh, "stapled."
De antwoorden zitten aan de proef geniet.The answers are stapled to the test. Correct!
De pijn voelde als die, toen ik per ongeluk mijn lippen aan elkaar had geniet.The hurt felt like when I accidentally stapled my lips together. Ow!
De vent die me bleef helpen zelfs nadat ie zijn mouw geniet had....The guy who kept helping me even after he had stapled his sleeve...
Dus hij niette hun ogen open, en maakte ze toen blind.So he stapled their eyes open, then he blinded them.
Het lijkt alsof jullie vier of vijf T-shirts kochten, ze openknipten... en aan elkaar nietten om jullie outfits te maken.Looks like you bought four or five T-shirts, cut them up... and stapled them together to make your outfits, okay?

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

afeten
eat them
boeten
do penance
gieten
pour
moeten
must
natten
do
nesten
nest
netten
do
niesen
sneeze
niezen
sneeze
nijgen
curtsey
nijpen
pinch
nikken
do
niksen
do nothing
nippen
do
nutten
do

Similar but longer

genieten
generalize

Random

naturaliseren
do
neerleggen
lower
neerlopen
walk down
neervlijen
lay down
neerzakken
down bags
niesen
sneeze
niezen
sneeze
nitreren
do
obstrueren
obstruct
officialiseren
formalize

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'staple':

None found.