Slokken (to gulp) conjugation

Dutch
12 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
slok
I gulp
slokt
you gulp
slokt
he/she/it gulps
slokken
we gulp
slokken
you all gulp
slokken
they gulp
Present perfect tense
heb geslokt
I have gulped
hebt geslokt
you have gulped
heeft geslokt
he/she/it has gulped
hebben geslokt
we have gulped
hebben geslokt
you all have gulped
hebben geslokt
they have gulped
Past tense
slokte
I gulped
slokte
you gulped
slokte
he/she/it gulped
slokten
we gulped
slokten
you all gulped
slokten
they gulped
Future tense
zal slokken
I will gulp
zult slokken
you will gulp
zal slokken
he/she/it will gulp
zullen slokken
we will gulp
zullen slokken
you all will gulp
zullen slokken
they will gulp
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou slokken
I would gulp
zou slokken
you would gulp
zou slokken
he/she/it would gulp
zouden slokken
we would gulp
zouden slokken
you all would gulp
zouden slokken
they would gulp
Subjunctive mood
slokke
I gulp
slokke
you gulp
slokke
he/she/it gulp
slokke
we gulp
slokke
you all gulp
slokke
they gulp
Past perfect tense
had geslokt
I had gulped
had geslokt
you had gulped
had geslokt
he/she/it had gulped
hadden geslokt
we had gulped
hadden geslokt
you all had gulped
hadden geslokt
they had gulped
Future perf.
zal geslokt hebben
I will have gulped
zal geslokt hebben
you will have gulped
zal geslokt hebben
he/she/it will have gulped
zullen geslokt hebben
we will have gulped
zullen geslokt hebben
you all will have gulped
zullen geslokt hebben
they will have gulped
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou geslokt hebben
I would have gulped
zou geslokt hebben
you would have gulped
zou geslokt hebben
he/she/it would have gulped
zouden geslokt hebben
we would have gulped
zouden geslokt hebben
you all would have gulped
zouden geslokt hebben
they would have gulped
Du
Ihr
Imperative mood
slok
gulp
slokt
gulp

Examples of slokken

Example in DutchTranslation in English
- Grote slokken, veel suiker.- Big gulps, lots of sugar. - Alright, get up.
Dat zijn negen of tien slokken.That's like nine or ten gulps.
En je hoopt dat iemand sterker, thans betrouwbaarder... jouw eigen sumo-grote ambulancier... daar zal zijn om jou eruit te trekken door de trappen en de slokken heen, de bubbels en het naar adem happen.And you hope that someone stronger, more currently reliable-- your own sumo-sized CPA-- will be there to pull through the kicks and the gulps, the bubbles and the gasps.
Ik nam enorme slokken, totdat ik ademloos was.I took enormous gulps, until I was breathless.
Niet slokken.Don't gulpit.
- Neem maar een grote slok water.-Take a big gulp of water.
Als jij de veldfles draagt, neem ik een flinke slok.When, the next time when you carry the canteen, I'm gonna gulp. - You are so petty, do you know that?
Een flinke slok.A big gulp of that.
Er is nog maar een slok over.There's only one gulp left.
Eén slok moet genoeg geweest zijn.A single gulp would suffice.
Een nieuwe moeder slokt nectar zodat ze haar baby kan voeden die maar net werd geboren.A new mother gulps nectar so she can nurse a baby born only moments ago.
Maar als deze kannibalen van ons koteletten maken of een dinosaurus... slokt ons op, dan eindigen we weer terug op het schip,But if these cannibals should chop us or a dinosaur... gulped us down we just end up back on the airship,

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

blokken
swot
brokken
do
grokken
grok
klokken
do
knokken
fight
sjokken
joggle
slikken
swallow
slinken
shrink
sloffen
shamble
slonzen
do
slooien
do
slorpen
lap
sluiken
do
smakken
smack
smokken
shirr

Similar but longer

inslokken
swallow it down
opslokken
gobble up

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'gulp':

None found.
Learning languages?