Manken (to limp) conjugation

Dutch
20 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
mank
I limp
mankt
you limp
mankt
he/she/it limps
manken
we limp
manken
you all limp
manken
they limp
Present perfect tense
heb gemankt
I have lump
hebt gemankt
you have lump
heeft gemankt
he/she/it has lump
hebben gemankt
we have lump
hebben gemankt
you all have lump
hebben gemankt
they have lump
Past tense
mankte
I lamp
mankte
you lamp
mankte
he/she/it lamp
mankten
we lamp
mankten
you all lamp
mankten
they lamp
Future tense
zal manken
I will limp
zult manken
you will limp
zal manken
he/she/it will limp
zullen manken
we will limp
zullen manken
you all will limp
zullen manken
they will limp
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou manken
I would limp
zou manken
you would limp
zou manken
he/she/it would limp
zouden manken
we would limp
zouden manken
you all would limp
zouden manken
they would limp
Subjunctive mood
manke
I limp
manke
you limp
manke
he/she/it limp
manke
we limp
manke
you all limp
manke
they limp
Past perfect tense
had gemankt
I had lump
had gemankt
you had lump
had gemankt
he/she/it had lump
hadden gemankt
we had lump
hadden gemankt
you all had lump
hadden gemankt
they had lump
Future perf.
zal gemankt hebben
I will have lump
zal gemankt hebben
you will have lump
zal gemankt hebben
he/she/it will have lump
zullen gemankt hebben
we will have lump
zullen gemankt hebben
you all will have lump
zullen gemankt hebben
they will have lump
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou gemankt hebben
I would have lump
zou gemankt hebben
you would have lump
zou gemankt hebben
he/she/it would have lump
zouden gemankt hebben
we would have lump
zouden gemankt hebben
you all would have lump
zouden gemankt hebben
they would have lump
Du
Ihr
Imperative mood
mank
limp
mankt
limp

Examples of manken

Example in DutchTranslation in English
- Heb jij hem gezegd om te manken?- You told him to limp?
- Wandel drie stappen zonder te manken.- Walk three steps without limping.
Daar was ik dus aan het manken in de straten van Bagdad. Met een gewond been en overal sluipschutters. We hadden geluk dat we er levend uitkwamen.So there I was, limping through the streets of Baghdad, dragging my wounded leg, sniper fire everywhere.
Dat veroorzaakt het licht manken.That's what causes his slight limp.
Dus over die 6:00, wat denk je er van, ik laat je Gary Cooper tred een beetje manken.How about six o'clock this pm I put a little limp in that Gary Cooper walk?
'De jaren die komen.' Een loopt mank, een ander is blind.One was limp, one was blind and the other was beheaded.
- De firma is mank zonder een volledige advocaat als collega naam partner, Diane.- This firm is limping without a full lawyer as fellow name partner, Diane.
- Eentje loopt mank. Vast het meisje.One of them might be limping, probably the girl.
- En hij is mank.- One eye and a limp.
- En hij loopt niet meer mank.- And he's stopped limping.
"Ik wil bewakingsbeelden zien van een blanke man die mankt.""I wanna see video footage of a white man with a limp."
- Je mankt.- You're limping.
Doc, je mankt.Doc, you're limping!
En hij mankt.Hey, and he walks with a limp.
En je mankt nog steeds.You're still limping.
- Die manke? Ja.You mean the guy with the limp?
- He, zeg het manke meisje dat ze niet mank moet lopen!- Hey, tell the limping girl not to limp!
Als de andere kinderen ontdekken dat hij hier was, wordt hij een doelwit zoals de manke gazelle bij de waterpoel die wordt opgegeten door de alligator.Look, he starts coming here, the other kids find out, he becomes a target- like that limping gazelle at the watering hole that the alligator knows to eat.
Als je de juiste hoogte instelt, wordt het manke been gecorrigeerd.Here we are. You adjust this to the right height to minimize the limp.
Als je ergens een manke auto die gezocht werd, kon verstoppen...A perfect place to stash a limping car with a hot license number.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

banken
do
bonken
bang
danken
thank
denken
think
dunken
please
hinken
limp
honken
do
janken
lament
linken
link
lonken
ogle
maaien
mow
maffen
kip
mailen
email
mallen
do
mannen
do

Similar but longer

mankeren
fail

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'limp':

None found.
Learning languages?