Afstormen (to rush) conjugation

Dutch
2 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
storm af
I rush
stormt af
you rush
stormt af
he/she/it rushes
stormen af
we rush
stormen af
you all rush
stormen af
they rush
Present perfect tense
heb afgestormd
I have rushed
hebt afgestormd
you have rushed
heeft afgestormd
he/she/it has rushed
hebben afgestormd
we have rushed
hebben afgestormd
you all have rushed
hebben afgestormd
they have rushed
Past tense
stormde af
I rushed
stormde af
you rushed
stormde af
he/she/it rushed
stormden af
we rushed
stormden af
you all rushed
stormden af
they rushed
Future tense
zal afstormen
I will rush
zult afstormen
you will rush
zal afstormen
he/she/it will rush
zullen afstormen
we will rush
zullen afstormen
you all will rush
zullen afstormen
they will rush
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou afstormen
I would rush
zou afstormen
you would rush
zou afstormen
he/she/it would rush
zouden afstormen
we would rush
zouden afstormen
you all would rush
zouden afstormen
they would rush
Subjunctive mood
storme af
I rush
storme af
you rush
storme af
he/she/it rush
storme af
we rush
storme af
you all rush
storme af
they rush
Past perfect tense
had afgestormd
I had rushed
had afgestormd
you had rushed
had afgestormd
he/she/it had rushed
hadden afgestormd
we had rushed
hadden afgestormd
you all had rushed
hadden afgestormd
they had rushed
Future perf.
zal afgestormd hebben
I will have rushed
zal afgestormd hebben
you will have rushed
zal afgestormd hebben
he/she/it will have rushed
zullen afgestormd hebben
we will have rushed
zullen afgestormd hebben
you all will have rushed
zullen afgestormd hebben
they will have rushed
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou afgestormd hebben
I would have rushed
zou afgestormd hebben
you would have rushed
zou afgestormd hebben
he/she/it would have rushed
zouden afgestormd hebben
we would have rushed
zouden afgestormd hebben
you all would have rushed
zouden afgestormd hebben
they would have rushed
Present bijzin tense
afstorm
I rush
afstormt
you rush
afstormt
he/she/it rushes
afstormen
we rush
afstormen
you all rush
afstormen
they rush
Past bijzin tense
afstormde
I rushed
afstormde
you rushed
afstormde
he/she/it rushed
afstormden
we rushed
afstormden
you all rushed
afstormden
they rushed
Future bijzin tense
zal afstormen
I will rush
zult afstormen
you will rush
zal afstormen
he/she/it will rush
zullen afstormen
we will rush
zullen afstormen
you all will rush
zullen afstormen
they will rush
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou afstormen
I would rush
zou afstormen
you would rush
zou afstormen
he/she/it would rush
zouden afstormen
we would rush
zouden afstormen
you all would rush
zouden afstormen
they would rush
Subjunctive bijzin mood
afstorme
I rush
afstorme
you rush
afstorme
he/she/it rush
afstorme
we rush
afstorme
you all rush
afstorme
they rush
Du
Ihr
Imperative mood
storm af
rush
stormt af
rush

Examples of afstormen

Example in DutchTranslation in English
En ik zag hoe duizenden zielen op m'n lichaam kwamen afstormen.And I saw thousands of souls rushing at my body.
Wanneer het leven op je afstormt vanuit de duisternis, met wie wil je het dan samen tegemoet treden?When life comes rushing at you from out of the darkness, who will you chose to face it with?

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

afstammen
be descended
afstemmen
tune
afstoffen
dust
afstompen
do
afstoppen
do
afstorten
deposit
afstromen
do
bestormen
storm
instormen
do
opstormen
do

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'rush':

None found.
Learning languages?