Afsloten (to do) conjugation

Dutch
13 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
sloot af
I do
sloot af
you do
sloot af
he/she/it does
sloten af
we do
sloten af
you all do
sloten af
they do
Present perfect tense
heb afgesloot
I have done
hebt afgesloot
you have done
heeft afgesloot
he/she/it has done
hebben afgesloot
we have done
hebben afgesloot
you all have done
hebben afgesloot
they have done
Past tense
slootte af
I did
slootte af
you did
slootte af
he/she/it did
slootten af
we did
slootten af
you all did
slootten af
they did
Future tense
zal afsloten
I will do
zult afsloten
you will do
zal afsloten
he/she/it will do
zullen afsloten
we will do
zullen afsloten
you all will do
zullen afsloten
they will do
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou afsloten
I would do
zou afsloten
you would do
zou afsloten
he/she/it would do
zouden afsloten
we would do
zouden afsloten
you all would do
zouden afsloten
they would do
Subjunctive mood
slote af
I do
slote af
you do
slote af
he/she/it do
slote af
we do
slote af
you all do
slote af
they do
Past perfect tense
had afgesloot
I had done
had afgesloot
you had done
had afgesloot
he/she/it had done
hadden afgesloot
we had done
hadden afgesloot
you all had done
hadden afgesloot
they had done
Future perf.
zal afgesloot hebben
I will have done
zal afgesloot hebben
you will have done
zal afgesloot hebben
he/she/it will have done
zullen afgesloot hebben
we will have done
zullen afgesloot hebben
you all will have done
zullen afgesloot hebben
they will have done
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou afgesloot hebben
I would have done
zou afgesloot hebben
you would have done
zou afgesloot hebben
he/she/it would have done
zouden afgesloot hebben
we would have done
zouden afgesloot hebben
you all would have done
zouden afgesloot hebben
they would have done
Present bijzin tense
afsloot
I do
afsloot
you do
afsloot
he/she/it does
afsloten
we do
afsloten
you all do
afsloten
they do
Past bijzin tense
afslootte
I did
afslootte
you did
afslootte
he/she/it did
afslootten
we did
afslootten
you all did
afslootten
they did
Future bijzin tense
zal afsloten
I will do
zult afsloten
you will do
zal afsloten
he/she/it will do
zullen afsloten
we will do
zullen afsloten
you all will do
zullen afsloten
they will do
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou afsloten
I would do
zou afsloten
you would do
zou afsloten
he/she/it would do
zouden afsloten
we would do
zouden afsloten
you all would do
zouden afsloten
they would do
Subjunctive bijzin mood
afslote
I do
afslote
you do
afslote
he/she/it do
afslote
we do
afslote
you all do
afslote
they do
Du
Ihr
Imperative mood
sloot af
do
sloot af
do

Examples of afsloten

Example in DutchTranslation in English
Als we nu het voorspel eens afsloten, en meteen de eindceremonie deden?Why don't we forget track and field, and just jump straight to the closing ceremonies?
Dat waren vast de campagne- boekhouders die het afsloten.Probably the campaign accountants shutting it down.
Het enige voertuig dat de gevangenis verliet... voordat ze deze afsloten na de ontsnapping.It was the only vehicle that left the prison before they locked it down, after the escape.
Het was net of een gedeelte van m'n hersens afsloten.It was like a part of my brain just shut down.
Hun werking is gebaseerd op normale omstandigheden, dus toen we alles afsloten ontstonden er plekken die de camera's niet konden zien, en daar kan ik niets aan veranderen.The thing about that is, their layout is based on normal operations, so, when we went into lockdown, there were some blind spots behind the security cameras, and there's nothing I can do about that. Perfect.
Hij trok het zichzelf aan, en hij sloot af met: 'Wat dacht je daarvan?It was a very friendly letter. And he finished it with, "Well, what do you think of that?"
Hoe laat was dat? - 4:30. Ik sloot af toen ik wegging en Donny ging de boekhouding doen, zoals altijd.4:30 A.M. I locked up on my way out, and Donny went to do the books in the office, like always.
Ik sloot af.I was closing down for the night.
Aangezien ze een instorting veroorzaakten die vervolgens de grot gedeeltelijk afsloot, misschien is dat het enige wat hij probeerde te doen.Well, seeing as they started a rock fall which then partially sealed the cave, maybe that's all he was trying to do.
Dat je je openstelde voor grote avonturen... of jezelf afsloot uit angst om gekwetst te raken.The times we opened ourselves up to great adventures or closed ourself down for fear of getting hurt.
Dat venster wat jij afsloot, wat was dat?What? That last window you closed... what was it?
De man die hij vermoordde werd net ontslagen uit De Dageraad psychiatrisch ziekenhuis... toen de staat dat afsloot.The man he killed was released from Clear Dawn Psychiatric Hospital when the state shut it down.
De paparazzi gingen zich te buiten tot de politie het steegje afsloot.Paparazzi went on a feeding frenzy until the cops shut down the alley.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

afslepen
rescue
afslopen
do
afsloven
drudge
afspeten
do
afstoten
repel

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'do':

None found.
Learning languages?

Receive top verbs, tips and our newsletter free!

Languages Interested In