Speak any language with confidence

Take our quick quiz to start your journey to fluency today!

Get started

Sublimeren (to do) conjugation

Dutch
2 examples
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
sublimeer
sublimeert
sublimeert
sublimeren
sublimeren
sublimeren
Present perfect tense
heb gesublimeerd
hebt gesublimeerd
heeft gesublimeerd
hebben gesublimeerd
hebben gesublimeerd
hebben gesublimeerd
Past tense
sublimeerde
sublimeerde
sublimeerde
sublimeerden
sublimeerden
sublimeerden
Future tense
zal sublimeren
zult sublimeren
zal sublimeren
zullen sublimeren
zullen sublimeren
zullen sublimeren
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou sublimeren
zou sublimeren
zou sublimeren
zouden sublimeren
zouden sublimeren
zouden sublimeren
Subjunctive mood
sublimere
sublimere
sublimere
sublimere
sublimere
sublimere
Past perfect tense
had gesublimeerd
had gesublimeerd
had gesublimeerd
hadden gesublimeerd
hadden gesublimeerd
hadden gesublimeerd
Future perf.
zal gesublimeerd hebben
zal gesublimeerd hebben
zal gesublimeerd hebben
zullen gesublimeerd hebben
zullen gesublimeerd hebben
zullen gesublimeerd hebben
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou gesublimeerd hebben
zou gesublimeerd hebben
zou gesublimeerd hebben
zouden gesublimeerd hebben
zouden gesublimeerd hebben
zouden gesublimeerd hebben
Du
Ihr
Imperative mood
sublimeer
sublimeert

Examples of sublimeren

Example in DutchTranslation in English
Dit, wat we ook doen... het afleiden, het sublimeren, hoe je het ook wilt noemen.I mean, this, whatever we're doing, the distracting, the sublimating, whatever you want to call it.
U zei dat ik m'n verlatingsangst in activiteiten moest sublimeren.Oh, but you said I needed to sublimate my sense of abandonment issues in activities.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'do':

None found.