Slurpen (to sip) conjugation

Dutch
11 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
slurp
I sip
slurpt
you sip
slurpt
he/she/it sips
slurpen
we sip
slurpen
you all sip
slurpen
they sip
Present perfect tense
heb geslurpt
I have sipped
hebt geslurpt
you have sipped
heeft geslurpt
he/she/it has sipped
hebben geslurpt
we have sipped
hebben geslurpt
you all have sipped
hebben geslurpt
they have sipped
Past tense
slurpte
I sipped
slurpte
you sipped
slurpte
he/she/it sipped
slurpten
we sipped
slurpten
you all sipped
slurpten
they sipped
Future tense
zal slurpen
I will sip
zult slurpen
you will sip
zal slurpen
he/she/it will sip
zullen slurpen
we will sip
zullen slurpen
you all will sip
zullen slurpen
they will sip
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou slurpen
I would sip
zou slurpen
you would sip
zou slurpen
he/she/it would sip
zouden slurpen
we would sip
zouden slurpen
you all would sip
zouden slurpen
they would sip
Subjunctive mood
slurpe
I sip
slurpe
you sip
slurpe
he/she/it sip
slurpe
we sip
slurpe
you all sip
slurpe
they sip
Past perfect tense
had geslurpt
I had sipped
had geslurpt
you had sipped
had geslurpt
he/she/it had sipped
hadden geslurpt
we had sipped
hadden geslurpt
you all had sipped
hadden geslurpt
they had sipped
Future perf.
zal geslurpt hebben
I will have sipped
zal geslurpt hebben
you will have sipped
zal geslurpt hebben
he/she/it will have sipped
zullen geslurpt hebben
we will have sipped
zullen geslurpt hebben
you all will have sipped
zullen geslurpt hebben
they will have sipped
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou geslurpt hebben
I would have sipped
zou geslurpt hebben
you would have sipped
zou geslurpt hebben
he/she/it would have sipped
zouden geslurpt hebben
we would have sipped
zouden geslurpt hebben
you all would have sipped
zouden geslurpt hebben
they would have sipped
Du
Ihr
Imperative mood
slurp
sip
slurpt
sip

Examples of slurpen

Example in DutchTranslation in English
Deze geweldige vrouw hoort op een jacht champagne te slurpen.This gorgeous woman should be sipping champagne on a yacht."
En slurpen.And sip.
Het spijt me, was ik te hard aan het slurpen?I'm sorry. Was I sipping too loudly for you?
Ik denk dat ze nog stiekeme hoop heeft dat hij ergens op een eiland drankjes aan het slurpen is.I think there's a part of her that hopes that he's on some island somewhere sipping Mai Tais.
Met z'n drieën plezier hebben, warme chocolademelk slurpen. Kijken naar hoe de sneeuw valt op de ceders.Just the three of us, hanging out... sipping hot cocoa, watching the snow fall on the cedars.
- Ik slurp maar uit het bekertje.I'm just sipping from the cup.
Ik noem het de Gibb-slurp.I call it the Gibb-sip.
Je kent mijn pooier kop waaruit ik paarse drank en advocaat slurp?You know my pimp cup that I sip purple drink and eggnog out of?
Hoe je pet staat. - Thee slurpt. Hoe je glundert.The way you wear your hat... the way you sip your tea, the way your smile just beams, the way you sing off-key.
Ja, onze predikant stelde het voor. Dus nu weet ik dat elke dinsdag als ik thuis kom van het werk... en ze aan een martini slurpt door dat lederen masker, wel, ze is er klaar voor.Yeah, our minister suggested it, so now I know that every Thursday when I come home from work and she's sipping a martini through that leather mask, well, by gosh, it's on.
Nee, je slurpt niet te hard.No, you're not sipping too loud.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

sjirpen
chirp
slappen
slap
slempen
drink
sliepen
do
slijpen
abrade
slippen
slip
slorpen
lap
sluiken
do
sluipen
sneak
sluiten
close
sluizen
do
snerpen
shrill

Similar but longer

afslurpen
do
inslurpen
do
opslurpen
sip

Random

schuilen
take shelter
signeren
do
sjabloneren
stencil
sjachelen
do
slalommen
slalom
sliepen
do
sluiken
do
slungelen
slouch
smachten
yearn
sneeuwruimen
snow balls

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'sip':

None found.
Learning languages?