Afstellen (to adjust) conjugation

Dutch
11 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
stel af
I adjust
stelt af
you adjust
stelt af
he/she/it adjusts
stellen af
we adjust
stellen af
you all adjust
stellen af
they adjust
Present perfect tense
heb afgesteld
I have adjusted
hebt afgesteld
you have adjusted
heeft afgesteld
he/she/it has adjusted
hebben afgesteld
we have adjusted
hebben afgesteld
you all have adjusted
hebben afgesteld
they have adjusted
Past tense
stelde af
I adjusted
stelde af
you adjusted
stelde af
he/she/it adjusted
stelden af
we adjusted
stelden af
you all adjusted
stelden af
they adjusted
Future tense
zal afstellen
I will adjust
zult afstellen
you will adjust
zal afstellen
he/she/it will adjust
zullen afstellen
we will adjust
zullen afstellen
you all will adjust
zullen afstellen
they will adjust
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou afstellen
I would adjust
zou afstellen
you would adjust
zou afstellen
he/she/it would adjust
zouden afstellen
we would adjust
zouden afstellen
you all would adjust
zouden afstellen
they would adjust
Subjunctive mood
stelle af
I adjust
stelle af
you adjust
stelle af
he/she/it adjust
stelle af
we adjust
stelle af
you all adjust
stelle af
they adjust
Past perfect tense
had afgesteld
I had adjusted
had afgesteld
you had adjusted
had afgesteld
he/she/it had adjusted
hadden afgesteld
we had adjusted
hadden afgesteld
you all had adjusted
hadden afgesteld
they had adjusted
Future perf.
zal afgesteld hebben
I will have adjusted
zal afgesteld hebben
you will have adjusted
zal afgesteld hebben
he/she/it will have adjusted
zullen afgesteld hebben
we will have adjusted
zullen afgesteld hebben
you all will have adjusted
zullen afgesteld hebben
they will have adjusted
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou afgesteld hebben
I would have adjusted
zou afgesteld hebben
you would have adjusted
zou afgesteld hebben
he/she/it would have adjusted
zouden afgesteld hebben
we would have adjusted
zouden afgesteld hebben
you all would have adjusted
zouden afgesteld hebben
they would have adjusted
Present bijzin tense
afstel
I adjust
afstelt
you adjust
afstelt
he/she/it adjusts
afstellen
we adjust
afstellen
you all adjust
afstellen
they adjust
Past bijzin tense
afstelde
I adjusted
afstelde
you adjusted
afstelde
he/she/it adjusted
afstelden
we adjusted
afstelden
you all adjusted
afstelden
they adjusted
Future bijzin tense
zal afstellen
I will adjust
zult afstellen
you will adjust
zal afstellen
he/she/it will adjust
zullen afstellen
we will adjust
zullen afstellen
you all will adjust
zullen afstellen
they will adjust
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou afstellen
I would adjust
zou afstellen
you would adjust
zou afstellen
he/she/it would adjust
zouden afstellen
we would adjust
zouden afstellen
you all would adjust
zouden afstellen
they would adjust
Subjunctive bijzin mood
afstelle
I adjust
afstelle
you adjust
afstelle
he/she/it adjust
afstelle
we adjust
afstelle
you all adjust
afstelle
they adjust
Du
Ihr
Imperative mood
stel af
adjust
stelt af
adjust

Examples of afstellen

Example in DutchTranslation in English
Als we de antenne kunnen afstellen zou het moeten werken.If we can just adjust the antenna, I think this should work.
Dan is er alleen het Doppler-effect en kan ik middels 'n computermodel de poort weer afstellen.All we do is correct for Doppler shift. Then I can make a computer model that will predict... ..the adjustments needed to make the gate work.
Eerst moeten we ze afstellen en dan doorverbinden met het hoofdkwartier.We have to get all six units adjusted and link them by phone to headquarters.
Ik ga de schotel afstellen... en jij kijkt naar de tv en zegt wanneer het beeld beter wordt.I'm going to go up and adjust the dish, and you go look at the TV and tell me when the picture improves.
Ik moet alleen dit ding afstellen.It's just- - I need to adjust this thing.
De nieuwe turbo is niet afgesteld op mijn gewicht.The new turbo isn't adjusted for my weight.
Het is afgesteld op water gewicht.It's adjusted for water weight.
Ik heb de turbolader afgesteld en alles geprogrammeerd wat je nodig hebt.Now, I've adjusted the turbo boost and programmed everything you should need.
Is enge Daryl emotioneel beter afgesteld dan ik?Whoa. Is creepy Daryl more emotionally adjusted than I am?
Kan dit niet worden afgesteld?Can this not be adjusted?
Als Logan zijn horloge afstelt gaan we.If Logan adjusts his watch, we move.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'adjust':

None found.
Learning languages?