Sluieren (to veil) conjugation

Dutch
10 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
sluier
I veil
sluiert
you veil
sluiert
he/she/it veils
sluieren
we veil
sluieren
you all veil
sluieren
they veil
Present perfect tense
heb gesluierd
I have veiled
hebt gesluierd
you have veiled
heeft gesluierd
he/she/it has veiled
hebben gesluierd
we have veiled
hebben gesluierd
you all have veiled
hebben gesluierd
they have veiled
Past tense
sluierde
I veiled
sluierde
you veiled
sluierde
he/she/it veiled
sluierden
we veiled
sluierden
you all veiled
sluierden
they veiled
Future tense
zal sluieren
I will veil
zult sluieren
you will veil
zal sluieren
he/she/it will veil
zullen sluieren
we will veil
zullen sluieren
you all will veil
zullen sluieren
they will veil
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou sluieren
I would veil
zou sluieren
you would veil
zou sluieren
he/she/it would veil
zouden sluieren
we would veil
zouden sluieren
you all would veil
zouden sluieren
they would veil
Subjunctive mood
sluiere
I veil
sluiere
you veil
sluiere
he/she/it veil
sluiere
we veil
sluiere
you all veil
sluiere
they veil
Past perfect tense
had gesluierd
I had veiled
had gesluierd
you had veiled
had gesluierd
he/she/it had veiled
hadden gesluierd
we had veiled
hadden gesluierd
you all had veiled
hadden gesluierd
they had veiled
Future perf.
zal gesluierd hebben
I will have veiled
zal gesluierd hebben
you will have veiled
zal gesluierd hebben
he/she/it will have veiled
zullen gesluierd hebben
we will have veiled
zullen gesluierd hebben
you all will have veiled
zullen gesluierd hebben
they will have veiled
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou gesluierd hebben
I would have veiled
zou gesluierd hebben
you would have veiled
zou gesluierd hebben
he/she/it would have veiled
zouden gesluierd hebben
we would have veiled
zouden gesluierd hebben
you all would have veiled
zouden gesluierd hebben
they would have veiled
Du
Ihr
Imperative mood
sluier
veil
sluiert
veil

Examples of sluieren

Example in DutchTranslation in English
"Alle bruiden krijgen een gratis mini-sluier.""All brides get a free mini veil."
"Eén sluier bedekt ons beiden." Cyrano?"... One veil over us both." Cyrano?
"Til de zwarte sluier." En het is juist..."Lift the black veil. " And it's just...
"Waarom zou ik een sluier dragen? Wat geeft het als het valt?""Why should I wear a veil If the scarf drops, so let it"
"als een oude dame in een zwarte bruidsjurk met sluier.""as an old woman dressed in a black wedding gown and veil."
"Bleek en paars, gesluierd en wulps, Gij die al het vertier zijt van het intieme gevoel ik wil je. ""Pale or purple, veiled or voluptuous, thou who art all the pleasure... of the innermost sense desire you".
De bruid was gesluierd, en Jacob dacht dat hij met Rachel zou trouwen maar hij trouwde eigenlijk met haar zus.- You really have been ill. - The bride was veiled. So Jacob thought that he was marrying Rachel... but he was really marrying her sister.
Natuurlijk was ze... Volledig gesluierd.Of course er... she was...she was fully veiled.
Niet gesluierd, begraven verdronken, wachtend?Not veiled, buried, drowned, waiting?
We hebben het over een ontwikkelde 15 jarige jonge dame die gesluierd rondloopt.We're talking about a devout Muslim young woman who at 15 years of age walks around veiled.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

omsluieren
veil
sluimeren
slumber

Random

selecteren
sequester
skeletteren
skeleton tars
skiën
ski
slijten
use up
slodderen
do
slopen
demolish
sloven
drudge
sluiken
do
smalen
smack
smoezen
schmooze

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'veil':

None found.
Learning languages?