Speak any language with confidence

Take our quick quiz to start your journey to fluency today!

Get started

Presteren (to press down) conjugation

Dutch
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
presteer
presteert
presteert
presteren
presteren
presteren
Present perfect tense
heb gepresteerd
hebt gepresteerd
heeft gepresteerd
hebben gepresteerd
hebben gepresteerd
hebben gepresteerd
Past tense
presteerde
presteerde
presteerde
presteerden
presteerden
presteerden
Future tense
zal presteren
zult presteren
zal presteren
zullen presteren
zullen presteren
zullen presteren
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou presteren
zou presteren
zou presteren
zouden presteren
zouden presteren
zouden presteren
Subjunctive mood
prestere
prestere
prestere
prestere
prestere
prestere
Past perfect tense
had gepresteerd
had gepresteerd
had gepresteerd
hadden gepresteerd
hadden gepresteerd
hadden gepresteerd
Future perf.
zal gepresteerd hebben
zal gepresteerd hebben
zal gepresteerd hebben
zullen gepresteerd hebben
zullen gepresteerd hebben
zullen gepresteerd hebben
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou gepresteerd hebben
zou gepresteerd hebben
zou gepresteerd hebben
zouden gepresteerd hebben
zouden gepresteerd hebben
zouden gepresteerd hebben
Du
Ihr
Imperative mood
presteer
presteert

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

koesteren
cherish
meesteren
overpower
presseren
press down

Similar but longer

presenteren
present
protesteren
protest

Random

plunderen
pick
politoeren
french polishing
pralen
splurge
prefereren
prefer
prefigeren
do
presenteren
present
presseren
press down
presumeren
do
professen
do
profiteren
profit

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'press down':

None found.