Inmaken (to pickle) conjugation

Dutch
7 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
maak in
I pickle
maakt in
you pickle
maakt in
he/she/it pickles
maken in
we pickle
maken in
you all pickle
maken in
they pickle
Present perfect tense
heb ingemaakt
I have pickled
hebt ingemaakt
you have pickled
heeft ingemaakt
he/she/it has pickled
hebben ingemaakt
we have pickled
hebben ingemaakt
you all have pickled
hebben ingemaakt
they have pickled
Past tense
maakte in
I pickled
maakte in
you pickled
maakte in
he/she/it pickled
maakten in
we pickled
maakten in
you all pickled
maakten in
they pickled
Future tense
zal inmaken
I will pickle
zult inmaken
you will pickle
zal inmaken
he/she/it will pickle
zullen inmaken
we will pickle
zullen inmaken
you all will pickle
zullen inmaken
they will pickle
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou inmaken
I would pickle
zou inmaken
you would pickle
zou inmaken
he/she/it would pickle
zouden inmaken
we would pickle
zouden inmaken
you all would pickle
zouden inmaken
they would pickle
Subjunctive mood
make in
I pickle
make in
you pickle
make in
he/she/it pickle
make in
we pickle
make in
you all pickle
make in
they pickle
Past perfect tense
had ingemaakt
I had pickled
had ingemaakt
you had pickled
had ingemaakt
he/she/it had pickled
hadden ingemaakt
we had pickled
hadden ingemaakt
you all had pickled
hadden ingemaakt
they had pickled
Future perf.
zal ingemaakt hebben
I will have pickled
zal ingemaakt hebben
you will have pickled
zal ingemaakt hebben
he/she/it will have pickled
zullen ingemaakt hebben
we will have pickled
zullen ingemaakt hebben
you all will have pickled
zullen ingemaakt hebben
they will have pickled
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou ingemaakt hebben
I would have pickled
zou ingemaakt hebben
you would have pickled
zou ingemaakt hebben
he/she/it would have pickled
zouden ingemaakt hebben
we would have pickled
zouden ingemaakt hebben
you all would have pickled
zouden ingemaakt hebben
they would have pickled
Present bijzin tense
inmaak
I pickle
inmaakt
you pickle
inmaakt
he/she/it pickles
inmaken
we pickle
inmaken
you all pickle
inmaken
they pickle
Past bijzin tense
inmaakte
I pickled
inmaakte
you pickled
inmaakte
he/she/it pickled
inmaakten
we pickled
inmaakten
you all pickled
inmaakten
they pickled
Future bijzin tense
zal inmaken
I will pickle
zult inmaken
you will pickle
zal inmaken
he/she/it will pickle
zullen inmaken
we will pickle
zullen inmaken
you all will pickle
zullen inmaken
they will pickle
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou inmaken
I would pickle
zou inmaken
you would pickle
zou inmaken
he/she/it would pickle
zouden inmaken
we would pickle
zouden inmaken
you all would pickle
zouden inmaken
they would pickle
Subjunctive bijzin mood
inmake
I pickle
inmake
you pickle
inmake
he/she/it pickle
inmake
we pickle
inmake
you all pickle
inmake
they pickle
Du
Ihr
Imperative mood
maak in
pickle
maakt in
pickle

Examples of inmaken

Example in DutchTranslation in English
A: inmaken, B: besuikeren, C: roken, of D: vriesdrogen.A, pickle them, B, sugar them, C, smoke them, D, freeze-dry them.
Dacht je dat ik augurken inmaken leuk vond?Do you think I really loved home pickle-making?
Varkenskarbonades, nier, lever, zijn poot inmaken. Bewaar zijn bloed voor bloedworst.Oh, and pork chops, kidney, liver, chitins, pickle his feet.
Waarom is het licht nog aan? Misschien is ze aan 't breien of perziken aan 't inmaken.Maybe she's knitting or putting up pickled peaches.
Geef me een shot whiskey, een ingemaakt ei... en een punaise.Give me a shot of JB, a pickled egg, and a thumbtack.
Ierse jongens zijn allemaal ziek we weten nooit hoe we ons voelen we stammen allemaal af van ingemaakt spermaOh, we Irish lads are all infirm And our moods infect us like a germ 'Cause we're all the spawn of a pickled sperm
Ik heb veel lichamen gezien, vol met alcohol, maar dit is het eerste dat ermee ingemaakt is.I've seen plenty of bodies filled with alcohol, but this will be the first to be pickled in it.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

afmaken
finish
inhaken
hook
inkoken
boil down
inmeten
survey
inweken
soak
namaken
counterfeit
opmaken
edit

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

ingroeven
do
inkeren
do
inkuilen
silage
inladen
load
inlokken
lure you into
inluizen
do
inmengen
mix in
inprenten
impress
inranselen
do
inruilen
schedule

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'pickle':

None found.
Learning languages?