Aftrekken (to subtract) conjugation

Dutch
14 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
trek af
I subtract
trekt af
you subtract
trekt af
he/she/it subtracts
trekken af
we subtract
trekken af
you all subtract
trekken af
they subtract
Present perfect tense
heb afgetrokken
I have subtracted
hebt afgetrokken
you have subtracted
heeft afgetrokken
he/she/it has subtracted
hebben afgetrokken
we have subtracted
hebben afgetrokken
you all have subtracted
hebben afgetrokken
they have subtracted
Past tense
trok af
I subtracted
trok af
you subtracted
trok af
he/she/it subtracted
trokken af
we subtracted
trokken af
you all subtracted
trokken af
they subtracted
Future tense
zal aftrekken
I will subtract
zult aftrekken
you will subtract
zal aftrekken
he/she/it will subtract
zullen aftrekken
we will subtract
zullen aftrekken
you all will subtract
zullen aftrekken
they will subtract
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou aftrekken
I would subtract
zou aftrekken
you would subtract
zou aftrekken
he/she/it would subtract
zouden aftrekken
we would subtract
zouden aftrekken
you all would subtract
zouden aftrekken
they would subtract
Subjunctive mood
trekke af
I subtract
trekke af
you subtract
trekke af
he/she/it subtract
trekke af
we subtract
trekke af
you all subtract
trekke af
they subtract
Past perfect tense
had afgetrokken
I had subtracted
had afgetrokken
you had subtracted
had afgetrokken
he/she/it had subtracted
hadden afgetrokken
we had subtracted
hadden afgetrokken
you all had subtracted
hadden afgetrokken
they had subtracted
Future perf.
zal afgetrokken hebben
I will have subtracted
zal afgetrokken hebben
you will have subtracted
zal afgetrokken hebben
he/she/it will have subtracted
zullen afgetrokken hebben
we will have subtracted
zullen afgetrokken hebben
you all will have subtracted
zullen afgetrokken hebben
they will have subtracted
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou afgetrokken hebben
I would have subtracted
zou afgetrokken hebben
you would have subtracted
zou afgetrokken hebben
he/she/it would have subtracted
zouden afgetrokken hebben
we would have subtracted
zouden afgetrokken hebben
you all would have subtracted
zouden afgetrokken hebben
they would have subtracted
Present bijzin tense
aftrek
I subtract
aftrekt
you subtract
aftrekt
he/she/it subtracts
aftrekken
we subtract
aftrekken
you all subtract
aftrekken
they subtract
Past bijzin tense
aftrok
I subtracted
aftrok
you subtracted
aftrok
he/she/it subtracted
aftrokken
we subtracted
aftrokken
you all subtracted
aftrokken
they subtracted
Future bijzin tense
zal aftrekken
I will subtract
zult aftrekken
you will subtract
zal aftrekken
he/she/it will subtract
zullen aftrekken
we will subtract
zullen aftrekken
you all will subtract
zullen aftrekken
they will subtract
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou aftrekken
I would subtract
zou aftrekken
you would subtract
zou aftrekken
he/she/it would subtract
zouden aftrekken
we would subtract
zouden aftrekken
you all would subtract
zouden aftrekken
they would subtract
Subjunctive bijzin mood
aftrekke
I subtract
aftrekke
you subtract
aftrekke
he/she/it subtract
aftrekke
we subtract
aftrekke
you all subtract
aftrekke
they subtract
Du
Ihr
Imperative mood
trek af
subtract
trekt af
subtract

Examples of aftrekken

Example in DutchTranslation in English
64 aftrekken van 66. En nu m'n broek van mij aftrekken.we Subtracted line 64 since 66... and it subtracts me now trousers.
Als ik wil optellen, aftrekken, of vermenigvuldigen, pak ik mijn gsm.If I want to add, subtract, or multiply, I'll let my phone do it.
Dat aftrekken van 42.subtracting at 1.42.
Dingen berekenen, bij elkaar optellen en... misschien zelfs wel dingen aftrekken, of niet?Count things, add things up. Maybe even a little subtraction, right?
Dingen optellen, aftrekken.Adding things up, subtracting.
Ik tel op en trek af voor m'n cliënten.Listen, I add and subtract for my clients.
De 464 afgetrokken... Van het totaal 13.876.That's $464, subtracted from... the balance of $13,876.
Kijk. Een getal is opgeteld bij of afgetrokken van 40.000.Some figure has been added to or subtracted from 40,000.
Als ik de cosinus aftrek van de omgekeerd gehele waarde... dan neem ik de? en leg dat daar neer.If I subtract the cosine from the inverted integer... then I can take the flangeler and put that here.
Als je de afwijking aftrekt van het tijdstip dat ze ontdekt zijn kom je bij elk horloge rond 6.22 uit.I'm talking about all the watches. If you take the times the bodies were discovered, subtract the variance the corresponding watches are off by, you land within plus or minus 6 minutes of 6:22 every single time.
Als je de geneestijd aftrekt, kan dat skelet hoogstens 7 of 8 jaar oud zijn.If you subtract the healing time, could skeleton than 7 or 8 years old.
Als je het nu aftrekt van wat er over is.- yet you just subtracted, from what's left. - Rizza...
Als u uw deel aftrekt van de erfenis,heb je gewoon niets.If we subtract it from your share of the property, there isn't anything left to inherit.
U zult wel zuinig leven, maar als u de kosten ervan aftrekt voor boodschappen, vervoer, kleding en algemene onkosten, lijken die wijken me te duur voor u.I imagine you're frugal, but subtracting for the grocer, transportation, clothing, sundries and what have you, it seems these particular quarters are above your means.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

afplekken
do
afstekken
do
afvlekken
do
betrekken
concern
intrekken
withdraw
natrekken
check
omtrekken
delineate
optrekken
pull up
uitrekken
lengthen

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'subtract':

None found.
Learning languages?