Schakelen (to shift) conjugation

Dutch
15 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
schakel
I shift
schakelt
you shift
schakelt
he/she/it shifts
schakelen
we shift
schakelen
you all shift
schakelen
they shift
Present perfect tense
heb geschakeld
I have shifted
hebt geschakeld
you have shifted
heeft geschakeld
he/she/it has shifted
hebben geschakeld
we have shifted
hebben geschakeld
you all have shifted
hebben geschakeld
they have shifted
Past tense
schakelde
I shifted
schakelde
you shifted
schakelde
he/she/it shifted
schakelden
we shifted
schakelden
you all shifted
schakelden
they shifted
Future tense
zal schakelen
I will shift
zult schakelen
you will shift
zal schakelen
he/she/it will shift
zullen schakelen
we will shift
zullen schakelen
you all will shift
zullen schakelen
they will shift
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou schakelen
I would shift
zou schakelen
you would shift
zou schakelen
he/she/it would shift
zouden schakelen
we would shift
zouden schakelen
you all would shift
zouden schakelen
they would shift
Subjunctive mood
schakele
I shift
schakele
you shift
schakele
he/she/it shift
schakele
we shift
schakele
you all shift
schakele
they shift
Past perfect tense
had geschakeld
I had shifted
had geschakeld
you had shifted
had geschakeld
he/she/it had shifted
hadden geschakeld
we had shifted
hadden geschakeld
you all had shifted
hadden geschakeld
they had shifted
Future perf.
zal geschakeld hebben
I will have shifted
zal geschakeld hebben
you will have shifted
zal geschakeld hebben
he/she/it will have shifted
zullen geschakeld hebben
we will have shifted
zullen geschakeld hebben
you all will have shifted
zullen geschakeld hebben
they will have shifted
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou geschakeld hebben
I would have shifted
zou geschakeld hebben
you would have shifted
zou geschakeld hebben
he/she/it would have shifted
zouden geschakeld hebben
we would have shifted
zouden geschakeld hebben
you all would have shifted
zouden geschakeld hebben
they would have shifted
Du
Ihr
Imperative mood
schakel
shift
schakelt
shift

Examples of schakelen

Example in DutchTranslation in English
'Ik moet schakelen...I've got to shift...
- Koppelen en schakelen.MCCORMICK: Okay, clutch, shift. ANGUS:
- Kun jij schakelen met je ellebogen?- Ever try to shift with your elbows?
En schakelen.Now shift it.
Het zal leuk worden. Misschien mag je wel schakelen.Maybe he'll let you shift.
- Hoe schakel je ?Where's the shift?
Als je auto een beetje begint te schuiven... haal je je voet van 't gas, schakel terug, en kom je of in de pits... of je rijdt je auto op het middenterrein.Now if you get a little squirrelly out there, just take your foot off the gas downshift, and you either come into the pits or pull the car in the inside apron.
Haal je voet van het gaspedaal en schakel terug.Take your foot off the gas and downshift.
Hoe schakel ik terug zonder dat zij denkt dat ik het uitmaak?Okay, so, how do I downshift without her thinking it's a breakup?
Ik heb een hekel aan schakel-bakken.l always hated stick shift!
- Je schakelt met het stuur.- No, you shift from the wheel.
- Nee, niet meer. Je schakelt terug naar koffie.You're downshifting to afternoon coffee.
Als hij zo schakelt redt de auto het niet.If he keeps missing shifts, the car will never last.
Dat is de automatische transmissie die schakelt.That's the automatic transmission shifting gears.
En ze reikt naar me, glimlacht en schakelt me.And she reaches over, smiles and shifts me.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

schakeren
shift
schavelen
appraise
schotelen
dish

Similar but longer

afschakelen
put down
inschakelen
switch
omschakelen
do
opschakelen
override

Random

rondzwalken
drift about
ruggensteunen
back
rusten
rest
samendoen
do together
samenlopen
converge
schaften
do
schaken
shift
schaverdijnen
do
scheefgroeien
grow crooked
schemeren
grow dark

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'shift':

None found.
Learning languages?