Sauteren (to do) conjugation

Dutch

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
sauteer
I do
sauteert
you do
sauteert
he/she/it does
sauteren
we do
sauteren
you all do
sauteren
they do
Present perfect tense
heb gesauteerd
I have done
hebt gesauteerd
you have done
heeft gesauteerd
he/she/it has done
hebben gesauteerd
we have done
hebben gesauteerd
you all have done
hebben gesauteerd
they have done
Past tense
sauteerde
I did
sauteerde
you did
sauteerde
he/she/it did
sauteerden
we did
sauteerden
you all did
sauteerden
they did
Future tense
zal sauteren
I will do
zult sauteren
you will do
zal sauteren
he/she/it will do
zullen sauteren
we will do
zullen sauteren
you all will do
zullen sauteren
they will do
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou sauteren
I would do
zou sauteren
you would do
zou sauteren
he/she/it would do
zouden sauteren
we would do
zouden sauteren
you all would do
zouden sauteren
they would do
Subjunctive mood
sautere
I do
sautere
you do
sautere
he/she/it do
sautere
we do
sautere
you all do
sautere
they do
Past perfect tense
had gesauteerd
I had done
had gesauteerd
you had done
had gesauteerd
he/she/it had done
hadden gesauteerd
we had done
hadden gesauteerd
you all had done
hadden gesauteerd
they had done
Future perf.
zal gesauteerd hebben
I will have done
zal gesauteerd hebben
you will have done
zal gesauteerd hebben
he/she/it will have done
zullen gesauteerd hebben
we will have done
zullen gesauteerd hebben
you all will have done
zullen gesauteerd hebben
they will have done
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou gesauteerd hebben
I would have done
zou gesauteerd hebben
you would have done
zou gesauteerd hebben
he/she/it would have done
zouden gesauteerd hebben
we would have done
zouden gesauteerd hebben
you all would have done
zouden gesauteerd hebben
they would have done
Du
Ihr
Imperative mood
sauteer
do
sauteert
do

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

keuteren
do
leuteren
dawdle
louteren
do
peuteren
pick
routeren
rout
sabberen
do
sacreren
saber
sakkeren
swear
salderen
do
salueren
salute
sauveren
do
sinteren
sinter
snateren
cackle
sorteren
sort
teuteren
do

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

romantiseren
romanticize
samenbouwen
do
samenklinken
chime
samenleven
live together
samenvouwen
collapse
sausen
sauce
sauveren
do
schalmen
do
scharen
do
scheefslaan
skew hit

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'do':

None found.
Learning languages?