Opschorten (to postpone) conjugation

Dutch
8 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
schort op
I postpone
schort op
you postpone
schort op
he/she/it postpones
schorten op
we postpone
schorten op
you all postpone
schorten op
they postpone
Present perfect tense
heb opgeschort
I have postponed
hebt opgeschort
you have postponed
heeft opgeschort
he/she/it has postponed
hebben opgeschort
we have postponed
hebben opgeschort
you all have postponed
hebben opgeschort
they have postponed
Past tense
schortte op
I postponed
schortte op
you postponed
schortte op
he/she/it postponed
schortten op
we postponed
schortten op
you all postponed
schortten op
they postponed
Future tense
zal opschorten
I will postpone
zult opschorten
you will postpone
zal opschorten
he/she/it will postpone
zullen opschorten
we will postpone
zullen opschorten
you all will postpone
zullen opschorten
they will postpone
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou opschorten
I would postpone
zou opschorten
you would postpone
zou opschorten
he/she/it would postpone
zouden opschorten
we would postpone
zouden opschorten
you all would postpone
zouden opschorten
they would postpone
Subjunctive mood
schorte op
I postpone
schorte op
you postpone
schorte op
he/she/it postpone
schorte op
we postpone
schorte op
you all postpone
schorte op
they postpone
Past perfect tense
had opgeschort
I had postponed
had opgeschort
you had postponed
had opgeschort
he/she/it had postponed
hadden opgeschort
we had postponed
hadden opgeschort
you all had postponed
hadden opgeschort
they had postponed
Future perf.
zal opgeschort hebben
I will have postponed
zal opgeschort hebben
you will have postponed
zal opgeschort hebben
he/she/it will have postponed
zullen opgeschort hebben
we will have postponed
zullen opgeschort hebben
you all will have postponed
zullen opgeschort hebben
they will have postponed
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou opgeschort hebben
I would have postponed
zou opgeschort hebben
you would have postponed
zou opgeschort hebben
he/she/it would have postponed
zouden opgeschort hebben
we would have postponed
zouden opgeschort hebben
you all would have postponed
zouden opgeschort hebben
they would have postponed
Present bijzin tense
opschort
I postpone
opschort
you postpone
opschort
he/she/it postpones
opschorten
we postpone
opschorten
you all postpone
opschorten
they postpone
Past bijzin tense
opschortte
I postponed
opschortte
you postponed
opschortte
he/she/it postponed
opschortten
we postponed
opschortten
you all postponed
opschortten
they postponed
Future bijzin tense
zal opschorten
I will postpone
zult opschorten
you will postpone
zal opschorten
he/she/it will postpone
zullen opschorten
we will postpone
zullen opschorten
you all will postpone
zullen opschorten
they will postpone
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou opschorten
I would postpone
zou opschorten
you would postpone
zou opschorten
he/she/it would postpone
zouden opschorten
we would postpone
zouden opschorten
you all would postpone
zouden opschorten
they would postpone
Subjunctive bijzin mood
opschorte
I postpone
opschorte
you postpone
opschorte
he/she/it postpone
opschorte
we postpone
opschorte
you all postpone
opschorte
they postpone
Du
Ihr
Imperative mood
schort op
postpone
schort op
postpone

Examples of opschorten

Example in DutchTranslation in English
- We zullen de uitzending moeten opschorten.- We'll have to postpone the broadcast.
Ik kan het opschorten.- I could postpone this. - Sir?
Ik laat het onderzoek opschorten.I'll see the coroner and have the inquest postponed pending further evidence.
Willen ze de vergadering echt opschorten?They really want to postpone the conference?
- Die is opgeschort.- Is postponed.
Ik weet nog wel dat de gesprekken opgeschort werden niet lang na onze afgevaardigden... toekwamen op Oba Diah, iets door een opflakkering van activiteiten op Felucia.I do remember that the talks were postponed not long after our delegates arrived on Oba Diah, something about a flare-up of activity on Felucia.
Mijne heren, helaas wordt de zitting voor onbepaalde tijd opgeschort. Generaal Harras is onverwacht opgeroepen voor een frontinspectie.Gentlemen, I regret to inform you... that today's meeting has been postponed indefinitely since General Harras was suddenly called away... for an inspection at the front this morning.
Tot z'n terugkeer zijn alle activiteiten opgeschort... evenals de opnamen voor het nieuwe album. 'Until then we have postponed all current activities, including recording sessions for our new album."

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

opschieten
hurry up
opschoeien
do
opschoppen
do
opschorsen
do
opschutten
do

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'postpone':

None found.
Learning languages?