Oplikken (to lick) conjugation

Dutch
8 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
lik op
I lick
likt op
you lick
likt op
he/she/it licks
likken op
we lick
likken op
you all lick
likken op
they lick
Present perfect tense
heb opgelikt
I have licked
hebt opgelikt
you have licked
heeft opgelikt
he/she/it has licked
hebben opgelikt
we have licked
hebben opgelikt
you all have licked
hebben opgelikt
they have licked
Past tense
likte op
I licked
likte op
you licked
likte op
he/she/it licked
likten op
we licked
likten op
you all licked
likten op
they licked
Future tense
zal oplikken
I will lick
zult oplikken
you will lick
zal oplikken
he/she/it will lick
zullen oplikken
we will lick
zullen oplikken
you all will lick
zullen oplikken
they will lick
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou oplikken
I would lick
zou oplikken
you would lick
zou oplikken
he/she/it would lick
zouden oplikken
we would lick
zouden oplikken
you all would lick
zouden oplikken
they would lick
Subjunctive mood
likke op
I lick
likke op
you lick
likke op
he/she/it lick
likke op
we lick
likke op
you all lick
likke op
they lick
Past perfect tense
had opgelikt
I had licked
had opgelikt
you had licked
had opgelikt
he/she/it had licked
hadden opgelikt
we had licked
hadden opgelikt
you all had licked
hadden opgelikt
they had licked
Future perf.
zal opgelikt hebben
I will have licked
zal opgelikt hebben
you will have licked
zal opgelikt hebben
he/she/it will have licked
zullen opgelikt hebben
we will have licked
zullen opgelikt hebben
you all will have licked
zullen opgelikt hebben
they will have licked
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou opgelikt hebben
I would have licked
zou opgelikt hebben
you would have licked
zou opgelikt hebben
he/she/it would have licked
zouden opgelikt hebben
we would have licked
zouden opgelikt hebben
you all would have licked
zouden opgelikt hebben
they would have licked
Present bijzin tense
oplik
I lick
oplikt
you lick
oplikt
he/she/it licks
oplikken
we lick
oplikken
you all lick
oplikken
they lick
Past bijzin tense
oplikte
I licked
oplikte
you licked
oplikte
he/she/it licked
oplikten
we licked
oplikten
you all licked
oplikten
they licked
Future bijzin tense
zal oplikken
I will lick
zult oplikken
you will lick
zal oplikken
he/she/it will lick
zullen oplikken
we will lick
zullen oplikken
you all will lick
zullen oplikken
they will lick
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou oplikken
I would lick
zou oplikken
you would lick
zou oplikken
he/she/it would lick
zouden oplikken
we would lick
zouden oplikken
you all would lick
zouden oplikken
they would lick
Subjunctive bijzin mood
oplikke
I lick
oplikke
you lick
oplikke
he/she/it lick
oplikke
we lick
oplikke
you all lick
oplikke
they lick
Du
Ihr
Imperative mood
lik op
lick
likt op
lick

Examples of oplikken

Example in DutchTranslation in English
- Ja, dat moet je oplikken.- Yeah, you lick that.
Als je mijn broer aanraakt met die staaf, motorrijder... dan zullen vampieren je bloed niet meer hoeven te zuigen; ze zullen het gewoon kunnen oplikken van de vloer.You touch my brother with that stake, biker... and vampires aren't gonna have to suck your blood; they'll be able to lick it up off the floor.
Dat moet je eerst oplikken.You got to lick it first.
De leeuw zal samen met het lam het zout oplikken.The lion will sit down with the lamb to share the salt lick.
Hij liet zijn vee rondsnuffelen en die alkali onder de tank oplikken.He let his stock nose around and lick up that alkali slop below the tanks.
Dat is waarom hij is uitgeput, hij zich rot likt op die chips zak.That's why he's been exhausted, licking the life out of potato chip bags.
En toen ik naar binnen ging... was het net alsof een konijntje in een hol met vossen geworpen werd... en ze begonnen hun lippen af te likken op het moment.... op het aanblik van die middenklasse vrouw... die overduidelijk niets van auto's af wist... en zich makkelijk zou kunnen laten uitbuiten.And I walked in, you know... and it was like this little rabbit being chucked into this den of foxes... and I swear they started licking their lips, you know, the moment... At the sight of this middle-class woman... who obviously doesn't know the first thing about cars... and can be completely taken advantage of, which is true.
Het parfum wat je oplikte was een dodelijk gif uit Duitsland.The perfume you licked was deadly poison from Germany.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

aflikken
lick
belikken
do
opbakken
veneer
opdekken
upstand ranges
opdokken
loosen up
opfokken
breed
ophakken
bluff
ophikken
do
ophokken
do
opleuken
pimp up
opluiken
do
oppakken
do
oppikken
pick
oprekken
stretch
oprukken
advance

Similar but longer

opflikken
vamp up

Random

opgeven
give up
ophokken
do
opkopen
buy up
opladen
load
oplazeren
do
oplichten
read
oploeven
head up
opmonteren
cheer up
opnaaien
sew
oprapen
pick up

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'lick':

None found.
Learning languages?