Inploegen (to in teams) conjugation

Dutch

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
ploeg in
I in teams
ploegt in
you in teams
ploegt in
he/she/it ins teams
ploegen in
we in teams
ploegen in
you all in teams
ploegen in
they in teams
Present perfect tense
heb ingeploegd
I have inned teams
hebt ingeploegd
you have inned teams
heeft ingeploegd
he/she/it has inned teams
hebben ingeploegd
we have inned teams
hebben ingeploegd
you all have inned teams
hebben ingeploegd
they have inned teams
Past tense
ploegde in
I inned teams
ploegde in
you inned teams
ploegde in
he/she/it inned teams
ploegden in
we inned teams
ploegden in
you all inned teams
ploegden in
they inned teams
Future tense
zal inploegen
I will in teams
zult inploegen
you will in teams
zal inploegen
he/she/it will in teams
zullen inploegen
we will in teams
zullen inploegen
you all will in teams
zullen inploegen
they will in teams
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou inploegen
I would in teams
zou inploegen
you would in teams
zou inploegen
he/she/it would in teams
zouden inploegen
we would in teams
zouden inploegen
you all would in teams
zouden inploegen
they would in teams
Subjunctive mood
ploege in
I in teams
ploege in
you in teams
ploege in
he/she/it in teams
ploege in
we in teams
ploege in
you all in teams
ploege in
they in teams
Past perfect tense
had ingeploegd
I had inned teams
had ingeploegd
you had inned teams
had ingeploegd
he/she/it had inned teams
hadden ingeploegd
we had inned teams
hadden ingeploegd
you all had inned teams
hadden ingeploegd
they had inned teams
Future perf.
zal ingeploegd hebben
I will have inned teams
zal ingeploegd hebben
you will have inned teams
zal ingeploegd hebben
he/she/it will have inned teams
zullen ingeploegd hebben
we will have inned teams
zullen ingeploegd hebben
you all will have inned teams
zullen ingeploegd hebben
they will have inned teams
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou ingeploegd hebben
I would have inned teams
zou ingeploegd hebben
you would have inned teams
zou ingeploegd hebben
he/she/it would have inned teams
zouden ingeploegd hebben
we would have inned teams
zouden ingeploegd hebben
you all would have inned teams
zouden ingeploegd hebben
they would have inned teams
Present bijzin tense
inploeg
I in teams
inploegt
you in teams
inploegt
he/she/it ins teams
inploegen
we in teams
inploegen
you all in teams
inploegen
they in teams
Past bijzin tense
inploegde
I inned teams
inploegde
you inned teams
inploegde
he/she/it inned teams
inploegden
we inned teams
inploegden
you all inned teams
inploegden
they inned teams
Future bijzin tense
zal inploegen
I will in teams
zult inploegen
you will in teams
zal inploegen
he/she/it will in teams
zullen inploegen
we will in teams
zullen inploegen
you all will in teams
zullen inploegen
they will in teams
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou inploegen
I would in teams
zou inploegen
you would in teams
zou inploegen
he/she/it would in teams
zouden inploegen
we would in teams
zouden inploegen
you all would in teams
zouden inploegen
they would in teams
Subjunctive bijzin mood
inploege
I in teams
inploege
you in teams
inploege
he/she/it in teams
inploege
we in teams
inploege
you all in teams
inploege
they in teams
Du
Ihr
Imperative mood
ploeg in
in teams
ploegt in
in teams

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

afploegen
do
beploegen
plow
inplooien
do
inpluggen
do
omploegen
plow
opploegen
do

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'in teams':

None found.
Learning languages?