Speak any language with confidence

Take our quick quiz to start your journey to fluency today!

Get started

Detecteren (to spot) conjugation

Dutch
2 examples
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
detecteer
detecteert
detecteert
detecteren
detecteren
detecteren
Present perfect tense
heb gedetecteerd
hebt gedetecteerd
heeft gedetecteerd
hebben gedetecteerd
hebben gedetecteerd
hebben gedetecteerd
Past tense
detecteerde
detecteerde
detecteerde
detecteerden
detecteerden
detecteerden
Future tense
zal detecteren
zult detecteren
zal detecteren
zullen detecteren
zullen detecteren
zullen detecteren
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou detecteren
zou detecteren
zou detecteren
zouden detecteren
zouden detecteren
zouden detecteren
Subjunctive mood
detectere
detectere
detectere
detectere
detectere
detectere
Past perfect tense
had gedetecteerd
had gedetecteerd
had gedetecteerd
hadden gedetecteerd
hadden gedetecteerd
hadden gedetecteerd
Future perf.
zal gedetecteerd hebben
zal gedetecteerd hebben
zal gedetecteerd hebben
zullen gedetecteerd hebben
zullen gedetecteerd hebben
zullen gedetecteerd hebben
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou gedetecteerd hebben
zou gedetecteerd hebben
zou gedetecteerd hebben
zouden gedetecteerd hebben
zouden gedetecteerd hebben
zouden gedetecteerd hebben
Du
Ihr
Imperative mood
detecteer
detecteert

Examples of detecteren

Example in DutchTranslation in English
Daar kun je overal de temperatuur mee meten... of je kunt een plek detecteren met behulp van de laser..Laser thermometer. You can measure temperatures all over, or you can spot-temp with the laser.
De Arcadia gedetecteerd in de baan van Saturnus.Arcadia spotted heading for Saturn

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'spot':

None found.