Speak any language with confidence

Take our quick quiz to start your journey to fluency today!

Get started

Afschieten (to tear) conjugation

Dutch
2 examples
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
schiet af
schiet af
schiet af
schieten af
schieten af
schieten af
Present perfect tense
heb afgeschoten
hebt afgeschoten
heeft afgeschoten
hebben afgeschoten
hebben afgeschoten
hebben afgeschoten
Past tense
schoot af
schoot af
schoot af
schoten af
schoten af
schoten af
Future tense
zal afschieten
zult afschieten
zal afschieten
zullen afschieten
zullen afschieten
zullen afschieten
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou afschieten
zou afschieten
zou afschieten
zouden afschieten
zouden afschieten
zouden afschieten
Subjunctive mood
schiete af
schiete af
schiete af
schiete af
schiete af
schiete af
Past perfect tense
had afgeschoten
had afgeschoten
had afgeschoten
hadden afgeschoten
hadden afgeschoten
hadden afgeschoten
Future perf.
zal afgeschoten hebben
zal afgeschoten hebben
zal afgeschoten hebben
zullen afgeschoten hebben
zullen afgeschoten hebben
zullen afgeschoten hebben
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou afgeschoten hebben
zou afgeschoten hebben
zou afgeschoten hebben
zouden afgeschoten hebben
zouden afgeschoten hebben
zouden afgeschoten hebben
Present bijzin tense
afschiet
afschiet
afschiet
afschieten
afschieten
afschieten
Past bijzin tense
afschoot
afschoot
afschoot
afschoten
afschoten
afschoten
Future bijzin tense
zal afschieten
zult afschieten
zal afschieten
zullen afschieten
zullen afschieten
zullen afschieten
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou afschieten
zou afschieten
zou afschieten
zouden afschieten
zouden afschieten
zouden afschieten
Subjunctive bijzin mood
afschiete
afschiete
afschiete
afschiete
afschiete
afschiete
Du
Ihr
Imperative mood
schiet af
schiet af

Examples of afschieten

Example in DutchTranslation in English
Ben je geïnteresseerd in andere dingen behalve het afschieten van ideeën van andere mensen?But tearing apart other people's ideas?
We hebben de sonde afgeschoten in de tornado... hij moet afgeweken zijn.We must have fired the probe into the tornado and it caught a downdraft.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

afschatten
do
afschijnen
do
afschillen
peel
afschutten
portion off
beschieten
fire upon
inschieten
shoot
omschieten
do
opschieten
hurry up

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'tear':

None found.