Uitklappen (to collapse) conjugation

Dutch
1 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
klap uit
I collapse
klapt uit
you collapse
klapt uit
he/she/it collapses
klappen uit
we collapse
klappen uit
you all collapse
klappen uit
they collapse
Present perfect tense
heb uitgeklapt
I have collapsed
hebt uitgeklapt
you have collapsed
heeft uitgeklapt
he/she/it has collapsed
hebben uitgeklapt
we have collapsed
hebben uitgeklapt
you all have collapsed
hebben uitgeklapt
they have collapsed
Past tense
klapte uit
I collapsed
klapte uit
you collapsed
klapte uit
he/she/it collapsed
klapten uit
we collapsed
klapten uit
you all collapsed
klapten uit
they collapsed
Future tense
zal uitklappen
I will collapse
zult uitklappen
you will collapse
zal uitklappen
he/she/it will collapse
zullen uitklappen
we will collapse
zullen uitklappen
you all will collapse
zullen uitklappen
they will collapse
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou uitklappen
I would collapse
zou uitklappen
you would collapse
zou uitklappen
he/she/it would collapse
zouden uitklappen
we would collapse
zouden uitklappen
you all would collapse
zouden uitklappen
they would collapse
Subjunctive mood
klappe uit
I collapse
klappe uit
you collapse
klappe uit
he/she/it collapse
klappe uit
we collapse
klappe uit
you all collapse
klappe uit
they collapse
Past perfect tense
had uitgeklapt
I had collapsed
had uitgeklapt
you had collapsed
had uitgeklapt
he/she/it had collapsed
hadden uitgeklapt
we had collapsed
hadden uitgeklapt
you all had collapsed
hadden uitgeklapt
they had collapsed
Future perf.
zal uitgeklapt hebben
I will have collapsed
zal uitgeklapt hebben
you will have collapsed
zal uitgeklapt hebben
he/she/it will have collapsed
zullen uitgeklapt hebben
we will have collapsed
zullen uitgeklapt hebben
you all will have collapsed
zullen uitgeklapt hebben
they will have collapsed
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou uitgeklapt hebben
I would have collapsed
zou uitgeklapt hebben
you would have collapsed
zou uitgeklapt hebben
he/she/it would have collapsed
zouden uitgeklapt hebben
we would have collapsed
zouden uitgeklapt hebben
you all would have collapsed
zouden uitgeklapt hebben
they would have collapsed
Present bijzin tense
uitklap
I collapse
uitklapt
you collapse
uitklapt
he/she/it collapses
uitklappen
we collapse
uitklappen
you all collapse
uitklappen
they collapse
Past bijzin tense
uitklapte
I collapsed
uitklapte
you collapsed
uitklapte
he/she/it collapsed
uitklapten
we collapsed
uitklapten
you all collapsed
uitklapten
they collapsed
Future bijzin tense
zal uitklappen
I will collapse
zult uitklappen
you will collapse
zal uitklappen
he/she/it will collapse
zullen uitklappen
we will collapse
zullen uitklappen
you all will collapse
zullen uitklappen
they will collapse
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou uitklappen
I would collapse
zou uitklappen
you would collapse
zou uitklappen
he/she/it would collapse
zouden uitklappen
we would collapse
zouden uitklappen
you all would collapse
zouden uitklappen
they would collapse
Subjunctive bijzin mood
uitklappe
I collapse
uitklappe
you collapse
uitklappe
he/she/it collapse
uitklappe
we collapse
uitklappe
you all collapse
uitklappe
they collapse
Du
Ihr
Imperative mood
klap uit
collapse
klapt uit
collapse

Examples of uitklappen

Example in DutchTranslation in English
Die is niet helemaal uitgeklapt, maar genoeg om weer naar boven te gaan.The strut isn't collapsed too far, but it's adequate to get back up. HOUSTON: Roger, we copy.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

uitflappen
blurt out
uitkloppen
knock out
uitknippen
cut out
uitstappen
stamp
uittrappen
kick

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'collapse':

None found.
Learning languages?