Terugschakelen (to downshift) conjugation

Dutch
10 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
schakel terug
I downshift
schakelt terug
you downshift
schakelt terug
he/she/it downshifts
schakelen terug
we downshift
schakelen terug
you all downshift
schakelen terug
they downshift
Present perfect tense
heb teruggeschakeld
I have downshifted
hebt teruggeschakeld
you have downshifted
heeft teruggeschakeld
he/she/it has downshifted
hebben teruggeschakeld
we have downshifted
hebben teruggeschakeld
you all have downshifted
hebben teruggeschakeld
they have downshifted
Past tense
schakelde terug
I downshifted
schakelde terug
you downshifted
schakelde terug
he/she/it downshifted
schakelden terug
we downshifted
schakelden terug
you all downshifted
schakelden terug
they downshifted
Future tense
zal terugschakelen
I will downshift
zult terugschakelen
you will downshift
zal terugschakelen
he/she/it will downshift
zullen terugschakelen
we will downshift
zullen terugschakelen
you all will downshift
zullen terugschakelen
they will downshift
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou terugschakelen
I would downshift
zou terugschakelen
you would downshift
zou terugschakelen
he/she/it would downshift
zouden terugschakelen
we would downshift
zouden terugschakelen
you all would downshift
zouden terugschakelen
they would downshift
Subjunctive mood
schakele terug
I downshift
schakele terug
you downshift
schakele terug
he/she/it downshift
schakele terug
we downshift
schakele terug
you all downshift
schakele terug
they downshift
Past perfect tense
had teruggeschakeld
I had downshifted
had teruggeschakeld
you had downshifted
had teruggeschakeld
he/she/it had downshifted
hadden teruggeschakeld
we had downshifted
hadden teruggeschakeld
you all had downshifted
hadden teruggeschakeld
they had downshifted
Future perf.
zal teruggeschakeld hebben
I will have downshifted
zal teruggeschakeld hebben
you will have downshifted
zal teruggeschakeld hebben
he/she/it will have downshifted
zullen teruggeschakeld hebben
we will have downshifted
zullen teruggeschakeld hebben
you all will have downshifted
zullen teruggeschakeld hebben
they will have downshifted
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou teruggeschakeld hebben
I would have downshifted
zou teruggeschakeld hebben
you would have downshifted
zou teruggeschakeld hebben
he/she/it would have downshifted
zouden teruggeschakeld hebben
we would have downshifted
zouden teruggeschakeld hebben
you all would have downshifted
zouden teruggeschakeld hebben
they would have downshifted
Present bijzin tense
terugschakel
I downshift
terugschakelt
you downshift
terugschakelt
he/she/it downshifts
terugschakelen
we downshift
terugschakelen
you all downshift
terugschakelen
they downshift
Past bijzin tense
terugschakelde
I downshifted
terugschakelde
you downshifted
terugschakelde
he/she/it downshifted
terugschakelden
we downshifted
terugschakelden
you all downshifted
terugschakelden
they downshifted
Future bijzin tense
zal terugschakelen
I will downshift
zult terugschakelen
you will downshift
zal terugschakelen
he/she/it will downshift
zullen terugschakelen
we will downshift
zullen terugschakelen
you all will downshift
zullen terugschakelen
they will downshift
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou terugschakelen
I would downshift
zou terugschakelen
you would downshift
zou terugschakelen
he/she/it would downshift
zouden terugschakelen
we would downshift
zouden terugschakelen
you all would downshift
zouden terugschakelen
they would downshift
Subjunctive bijzin mood
terugschakele
I downshift
terugschakele
you downshift
terugschakele
he/she/it downshift
terugschakele
we downshift
terugschakele
you all downshift
terugschakele
they downshift
Du
Ihr
Imperative mood
schakel terug
downshift
schakelt terug
downshift

Examples of terugschakelen

Example in DutchTranslation in English
- Ik weet wat terugschakelen betekent.- Shifting down. - Yes, I know what a "downshift" is.
- Wat je moet doen is terugschakelen om te vertragen. 31- What you do is your downshift to slow down.
De jongens vinden dat ik te snel ga met Molly en ik moet terugschakelen in de relatie.These guys think I'm moving too fast with Molly and I need to downshift.
Ik kan niet terugschakelen.I can't downshift.
Ik moet misschien terugschakelen.I-I might need to downshift.
Als je auto een beetje begint te schuiven... haal je je voet van 't gas, schakel terug, en kom je of in de pits... of je rijdt je auto op het middenterrein.Now if you get a little squirrelly out there, just take your foot off the gas downshift, and you either come into the pits or pull the car in the inside apron.
Haal je voet van het gaspedaal en schakel terug.Take your foot off the gas and downshift.
- Nee, niet meer. Je schakelt terug naar koffie.You're downshifting to afternoon coffee.
We schakelen terug naar de kerstsfeer met Kerstkonvooi.Now let's downshift into the holiday spirit with Christmas Convoy.
Geef veel tussengas voordat je terugschakelt.She likes to be rewed a lot before she downshifts.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'downshift':

None found.
Learning languages?

Receive top verbs, tips and our newsletter free!

Languages Interested In