Doorvoeren (to practice) conjugation

Dutch
3 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
voer door
I practice
voert door
you practice
voert door
he/she/it practices
voeren door
we practice
voeren door
you all practice
voeren door
they practice
Present perfect tense
heb doorgevoerd
I have practiced
hebt doorgevoerd
you have practiced
heeft doorgevoerd
he/she/it has practiced
hebben doorgevoerd
we have practiced
hebben doorgevoerd
you all have practiced
hebben doorgevoerd
they have practiced
Past tense
voerde door
I practiced
voerde door
you practiced
voerde door
he/she/it practiced
voerden door
we practiced
voerden door
you all practiced
voerden door
they practiced
Future tense
zal doorvoeren
I will practice
zult doorvoeren
you will practice
zal doorvoeren
he/she/it will practice
zullen doorvoeren
we will practice
zullen doorvoeren
you all will practice
zullen doorvoeren
they will practice
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou doorvoeren
I would practice
zou doorvoeren
you would practice
zou doorvoeren
he/she/it would practice
zouden doorvoeren
we would practice
zouden doorvoeren
you all would practice
zouden doorvoeren
they would practice
Subjunctive mood
voere door
I practice
voere door
you practice
voere door
he/she/it practice
voere door
we practice
voere door
you all practice
voere door
they practice
Past perfect tense
had doorgevoerd
I had practiced
had doorgevoerd
you had practiced
had doorgevoerd
he/she/it had practiced
hadden doorgevoerd
we had practiced
hadden doorgevoerd
you all had practiced
hadden doorgevoerd
they had practiced
Future perf.
zal doorgevoerd hebben
I will have practiced
zal doorgevoerd hebben
you will have practiced
zal doorgevoerd hebben
he/she/it will have practiced
zullen doorgevoerd hebben
we will have practiced
zullen doorgevoerd hebben
you all will have practiced
zullen doorgevoerd hebben
they will have practiced
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou doorgevoerd hebben
I would have practiced
zou doorgevoerd hebben
you would have practiced
zou doorgevoerd hebben
he/she/it would have practiced
zouden doorgevoerd hebben
we would have practiced
zouden doorgevoerd hebben
you all would have practiced
zouden doorgevoerd hebben
they would have practiced
Present bijzin tense
doorvoer
I practice
doorvoert
you practice
doorvoert
he/she/it practices
doorvoeren
we practice
doorvoeren
you all practice
doorvoeren
they practice
Past bijzin tense
doorvoerde
I practiced
doorvoerde
you practiced
doorvoerde
he/she/it practiced
doorvoerden
we practiced
doorvoerden
you all practiced
doorvoerden
they practiced
Future bijzin tense
zal doorvoeren
I will practice
zult doorvoeren
you will practice
zal doorvoeren
he/she/it will practice
zullen doorvoeren
we will practice
zullen doorvoeren
you all will practice
zullen doorvoeren
they will practice
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou doorvoeren
I would practice
zou doorvoeren
you would practice
zou doorvoeren
he/she/it would practice
zouden doorvoeren
we would practice
zouden doorvoeren
you all would practice
zouden doorvoeren
they would practice
Subjunctive bijzin mood
doorvoere
I practice
doorvoere
you practice
doorvoere
he/she/it practice
doorvoere
we practice
doorvoere
you all practice
doorvoere
they practice
Du
Ihr
Imperative mood
voer door
practice
voert
practice

Examples of doorvoeren

Example in DutchTranslation in English
Het bedrijf van mijn cliënt moest grote economische aanpassingen doorvoeren en de praktijk van Mevrouw Santino loopt goed.My client's business has suffered a major economic adjustment, and Ms. Santino's practice is booming.
Die man voert nog zijn vak uit als in 1885.That man seems to practice medicine in 1885.
Ook dan voert hij z'n proefjes in de kelder uit.But even then, he'll practice all his science in his basement.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

dooraderen
do
doorroeren
stir
doorsmeren
anoint
doorvoelen
do
doorvorsen
do

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'practice':

None found.
Learning languages?