Betreuren (to deplore) conjugation

Dutch
15 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
betreur
I deplore
betreurt
you deplore
betreurt
he/she/it deplores
betreuren
we deplore
betreuren
you all deplore
betreuren
they deplore
Present perfect tense
heb betreurd
I have deplored
hebt betreurd
you have deplored
heeft betreurd
he/she/it has deplored
hebben betreurd
we have deplored
hebben betreurd
you all have deplored
hebben betreurd
they have deplored
Past tense
betreurde
I deplored
betreurde
you deplored
betreurde
he/she/it deplored
betreurden
we deplored
betreurden
you all deplored
betreurden
they deplored
Future tense
zal betreuren
I will deplore
zult betreuren
you will deplore
zal betreuren
he/she/it will deplore
zullen betreuren
we will deplore
zullen betreuren
you all will deplore
zullen betreuren
they will deplore
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou betreuren
I would deplore
zou betreuren
you would deplore
zou betreuren
he/she/it would deplore
zouden betreuren
we would deplore
zouden betreuren
you all would deplore
zouden betreuren
they would deplore
Subjunctive mood
betreure
I deplore
betreure
you deplore
betreure
he/she/it deplore
betreure
we deplore
betreure
you all deplore
betreure
they deplore
Past perfect tense
had betreurd
I had deplored
had betreurd
you had deplored
had betreurd
he/she/it had deplored
hadden betreurd
we had deplored
hadden betreurd
you all had deplored
hadden betreurd
they had deplored
Future perf.
zal betreurd hebben
I will have deplored
zal betreurd hebben
you will have deplored
zal betreurd hebben
he/she/it will have deplored
zullen betreurd hebben
we will have deplored
zullen betreurd hebben
you all will have deplored
zullen betreurd hebben
they will have deplored
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou betreurd hebben
I would have deplored
zou betreurd hebben
you would have deplored
zou betreurd hebben
he/she/it would have deplored
zouden betreurd hebben
we would have deplored
zouden betreurd hebben
you all would have deplored
zouden betreurd hebben
they would have deplored
Du
Ihr
Imperative mood
betreur
deplore
betreurt
deplore

Examples of betreuren

Example in DutchTranslation in English
De Mondoshawan betreuren het incident.The Mondoshawan deplore the incident but accept our apologies.
En u zou de rapporten die binnen gekomen zijn betreuren.And you would deplore the reports that have been coming in.
Nooit meer zal ik mijn meester tranen tot u betreuren.Nevermore will I my master's tears to you deplore.
Toch zou ik het betreuren als Spanje zo'n kans misloopt... louter door een geografische kwestie.l'd deplore the loss of such an opportunity for Spain. Especially over a point of geography.
We betreuren je houding.We deplore your disharmony.
Ik betreur elke poging om een gevoel te creëren van twijfel en achterdocht.I deplore any attempt to create feelings of doubt and suspicion.
Ik betreur geweld.I deplore violence.
Ik betreur haar dood.I deplore Ms. Littleton's death,
Ik betreur het wat er met uw Vipers is gebeurd.I deplore what happened aboard your vipers.
Ik betreur mijn incidentele afdwalingen van de waarheid.I deplore my occasional departures from the truth.
"De regering van Chungking betreurt de rebellendaden.""The chongqing government sincerely deplores the actions of renegade bandits.
-Je betreurt het.-You deplore it.
Het Witte Huis heeft deze verklaring net afgegeven, door te zeggen en ik citeer, de president betreurt de daad die gepleegd is tegen een onschuldige Amerikaan.The White House issued this statement just after the hour, saying, and I'm quoting now, the President deplores this barbaric act committed against an innocent American.
Het hof betreurt deze gewelddadige onderbreking.The court regrets this interruption, and especially deplores its nature.
Ohio betreurt fellatio maar tolereert cunnilingus.Ohio deplores fellatio but tolerates cunnilingus.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

besmeuren
smear
bespeuren
perceive
betreffen
concern
betrekken
concern

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

beslechten
settle
bespannen
stretch
bespeuren
perceive
bestoken
harass
besuikeren
do
betogen
demonstrate
betrekken
concern
betrouwen
trust
bevoelen
fumble
bevoordelen
benefit

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'deplore':

None found.
Learning languages?