Afbouwen (to do) conjugation

Dutch
13 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
bouw af
I do
bouwt af
you do
bouwt af
he/she/it does
bouwen af
we do
bouwen af
you all do
bouwen af
they do
Present perfect tense
heb afgebouwd
I have done
hebt afgebouwd
you have done
heeft afgebouwd
he/she/it has done
hebben afgebouwd
we have done
hebben afgebouwd
you all have done
hebben afgebouwd
they have done
Past tense
bouwde af
I did
bouwde af
you did
bouwde af
he/she/it did
bouwden af
we did
bouwden af
you all did
bouwden af
they did
Future tense
zal afbouwen
I will do
zult afbouwen
you will do
zal afbouwen
he/she/it will do
zullen afbouwen
we will do
zullen afbouwen
you all will do
zullen afbouwen
they will do
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou afbouwen
I would do
zou afbouwen
you would do
zou afbouwen
he/she/it would do
zouden afbouwen
we would do
zouden afbouwen
you all would do
zouden afbouwen
they would do
Subjunctive mood
bouwe af
I do
bouwe af
you do
bouwe af
he/she/it do
bouwe af
we do
bouwe af
you all do
bouwe af
they do
Past perfect tense
had afgebouwd
I had done
had afgebouwd
you had done
had afgebouwd
he/she/it had done
hadden afgebouwd
we had done
hadden afgebouwd
you all had done
hadden afgebouwd
they had done
Future perf.
zal afgebouwd hebben
I will have done
zal afgebouwd hebben
you will have done
zal afgebouwd hebben
he/she/it will have done
zullen afgebouwd hebben
we will have done
zullen afgebouwd hebben
you all will have done
zullen afgebouwd hebben
they will have done
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou afgebouwd hebben
I would have done
zou afgebouwd hebben
you would have done
zou afgebouwd hebben
he/she/it would have done
zouden afgebouwd hebben
we would have done
zouden afgebouwd hebben
you all would have done
zouden afgebouwd hebben
they would have done
Present bijzin tense
afbouw
I do
afbouwt
you do
afbouwt
he/she/it does
afbouwen
we do
afbouwen
you all do
afbouwen
they do
Past bijzin tense
afbouwde
I did
afbouwde
you did
afbouwde
he/she/it did
afbouwden
we did
afbouwden
you all did
afbouwden
they did
Future bijzin tense
zal afbouwen
I will do
zult afbouwen
you will do
zal afbouwen
he/she/it will do
zullen afbouwen
we will do
zullen afbouwen
you all will do
zullen afbouwen
they will do
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou afbouwen
I would do
zou afbouwen
you would do
zou afbouwen
he/she/it would do
zouden afbouwen
we would do
zouden afbouwen
you all would do
zouden afbouwen
they would do
Subjunctive bijzin mood
afbouwe
I do
afbouwe
you do
afbouwe
he/she/it do
afbouwe
we do
afbouwe
you all do
afbouwe
they do
Du
Ihr
Imperative mood
bouw af
do
bouwt af
do

Examples of afbouwen

Example in DutchTranslation in English
Degene waar ik het mee ging afbouwen na het huwelijk. Ze kreeg net een voedselvergiftiging.You know the one I was gonna phase out right after the wedding-- She just came down with food poisoning.
Een rustig afbouwen van een anderzijds vermoeiende... bestaan.A peaceful toning-down of an otherwise tiresome existence.
Ik zou wel willen afbouwen, maar...I'm thinking of cutting it down, but...
Laten we als redelijke mensen m'n schuld afbouwen.Let's just... sit down my... rational people and start... dialing down my debt.
M'n mannen waren hier... aan het afbouwen en aan het schoonmaken.All my guys were here powering' down rides, chaining up booths.
Het universum bouwt af.The universe is winding down.
Weet je iets van bouwen af?You know how to do construction?
Als hij dit afgelopen jaar had gedaan, dan had je de trein niet afgebouwd...If he'd done this last year, You don't finish the train- no bonus.
Ja, pap, het staat er nu al twee maanden half afgebouwd.It's kind of been halfway done for two months now. All right.
Bijvoorbeeld, balsamico, ontspannen, energiek, afbouw.For example, balsamic, relaxing, energizing, winding-down.
Dat is een afbouw.That's a teardown.
Totale energie afbouw, alles, behalve minimale leefsystemen.Power down completely, everything but minimum life support.
U afbouw uw leveringen in Duitsland, is het niet?You're winding down your supplies in Germany, aren't you?

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

afboeken
flush
afboenen
do
afboeten
do
afbollen
do
afbonken
do
afbonzen
do
afdouwen
do
afhouwen
sever
afkauwen
do
afstuwen
do
bebouwen
build
inbouwen
drill in
nabouwen
do
ombouwen
convert
opbouwen
build

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'do':

None found.
Learning languages?

Receive top verbs, tips and our newsletter free!

Languages Interested In