Uitspellen (to spell) conjugation

Dutch
10 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
spel uit
I spell
spelt uit
you spell
spelt uit
he/she/it spells
spellen uit
we spell
spellen uit
you all spell
spellen uit
they spell
Present perfect tense
heb uitgespeld
I have spelled
hebt uitgespeld
you have spelled
heeft uitgespeld
he/she/it has spelled
hebben uitgespeld
we have spelled
hebben uitgespeld
you all have spelled
hebben uitgespeld
they have spelled
Past tense
spelde uit
I spelled
spelde uit
you spelled
spelde uit
he/she/it spelled
spelden uit
we spelled
spelden uit
you all spelled
spelden uit
they spelled
Future tense
zal uitspellen
I will spell
zult uitspellen
you will spell
zal uitspellen
he/she/it will spell
zullen uitspellen
we will spell
zullen uitspellen
you all will spell
zullen uitspellen
they will spell
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou uitspellen
I would spell
zou uitspellen
you would spell
zou uitspellen
he/she/it would spell
zouden uitspellen
we would spell
zouden uitspellen
you all would spell
zouden uitspellen
they would spell
Subjunctive mood
spelle uit
I spell
spelle uit
you spell
spelle uit
he/she/it spell
spelle uit
we spell
spelle uit
you all spell
spelle uit
they spell
Past perfect tense
had uitgespeld
I had spelled
had uitgespeld
you had spelled
had uitgespeld
he/she/it had spelled
hadden uitgespeld
we had spelled
hadden uitgespeld
you all had spelled
hadden uitgespeld
they had spelled
Future perf.
zal uitgespeld hebben
I will have spelled
zal uitgespeld hebben
you will have spelled
zal uitgespeld hebben
he/she/it will have spelled
zullen uitgespeld hebben
we will have spelled
zullen uitgespeld hebben
you all will have spelled
zullen uitgespeld hebben
they will have spelled
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou uitgespeld hebben
I would have spelled
zou uitgespeld hebben
you would have spelled
zou uitgespeld hebben
he/she/it would have spelled
zouden uitgespeld hebben
we would have spelled
zouden uitgespeld hebben
you all would have spelled
zouden uitgespeld hebben
they would have spelled
Present bijzin tense
uitspel
I spell
uitspelt
you spell
uitspelt
he/she/it spells
uitspellen
we spell
uitspellen
you all spell
uitspellen
they spell
Past bijzin tense
uitspelde
I spelled
uitspelde
you spelled
uitspelde
he/she/it spelled
uitspelden
we spelled
uitspelden
you all spelled
uitspelden
they spelled
Future bijzin tense
zal uitspellen
I will spell
zult uitspellen
you will spell
zal uitspellen
he/she/it will spell
zullen uitspellen
we will spell
zullen uitspellen
you all will spell
zullen uitspellen
they will spell
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou uitspellen
I would spell
zou uitspellen
you would spell
zou uitspellen
he/she/it would spell
zouden uitspellen
we would spell
zouden uitspellen
you all would spell
zouden uitspellen
they would spell
Subjunctive bijzin mood
uitspelle
I spell
uitspelle
you spell
uitspelle
he/she/it spell
uitspelle
we spell
uitspelle
you all spell
uitspelle
they spell
Du
Ihr
Imperative mood
spel uit
spell
spelt uit
spell

Examples of uitspellen

Example in DutchTranslation in English
Hier, laat het me uitspellen voor je.Here, let me spell it out for you.
Je moet het voor mij uitspellen, anders...You'll just have to spell it out for me, otherwise...
Moet ik het uitspellen?So let me spell it out for you.
Moet ik het voor je uitspellen, McKenzie?Do I need to spell it out for you, McKenzie?
Moet ik het voor je uitspellen?- Well, do I have to spell it out for you?
Ik bedoel zogenaamd spoken kan spellen uit berichten met die wijzer ding, toch?I mean supposedly ghosts can spell out messages with that pointer thing, right?
Je titels en volmachten moeten precies worden uitgespeld.Your titles and powers must be spelled out exactly.
Vreselijk als mensen 't uitgespeld willen zien.I hate it when people need it spelled out for them.
Ze hebben de uitspraak, uitgespeld, zoals in een woordenboek.They got the pronunciation spelled out like, at a dictionary.
George weet niet wat ik voel tenzij ik het voor hem uitspel... dus het eerste moment dat hij alleen is, gooi ik het allemaal voor zijn voeten.George won't know how I feel unless I spell it out for him, so the first moment he's alone, I'm gonna lay it all on the line.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

uitspoelen
wash
uitstallen
expose
uitstellen
delay
uitzwellen
do

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'spell':

None found.
Learning languages?