Schampen (to graze) conjugation

Dutch
17 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
schamp
I graze
schampt
you graze
schampt
he/she/it grazes
schampen
we graze
schampen
you all graze
schampen
they graze
Present perfect tense
heb geschampt
I have grazed
hebt geschampt
you have grazed
heeft geschampt
he/she/it has grazed
hebben geschampt
we have grazed
hebben geschampt
you all have grazed
hebben geschampt
they have grazed
Past tense
schampte
I grazed
schampte
you grazed
schampte
he/she/it grazed
schampten
we grazed
schampten
you all grazed
schampten
they grazed
Future tense
zal schampen
I will graze
zult schampen
you will graze
zal schampen
he/she/it will graze
zullen schampen
we will graze
zullen schampen
you all will graze
zullen schampen
they will graze
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou schampen
I would graze
zou schampen
you would graze
zou schampen
he/she/it would graze
zouden schampen
we would graze
zouden schampen
you all would graze
zouden schampen
they would graze
Subjunctive mood
schampe
I graze
schampe
you graze
schampe
he/she/it graze
schampe
we graze
schampe
you all graze
schampe
they graze
Past perfect tense
had geschampt
I had grazed
had geschampt
you had grazed
had geschampt
he/she/it had grazed
hadden geschampt
we had grazed
hadden geschampt
you all had grazed
hadden geschampt
they had grazed
Future perf.
zal geschampt hebben
I will have grazed
zal geschampt hebben
you will have grazed
zal geschampt hebben
he/she/it will have grazed
zullen geschampt hebben
we will have grazed
zullen geschampt hebben
you all will have grazed
zullen geschampt hebben
they will have grazed
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou geschampt hebben
I would have grazed
zou geschampt hebben
you would have grazed
zou geschampt hebben
he/she/it would have grazed
zouden geschampt hebben
we would have grazed
zouden geschampt hebben
you all would have grazed
zouden geschampt hebben
they would have grazed
Du
Ihr
Imperative mood
schamp
graze
schampt
graze

Examples of schampen

Example in DutchTranslation in English
De snaar kan de arm schampen als je onervaren bent.The string can graze the arm. It happens to inexperienced bowmen.
En je wist dat het die kerel achter me alleen zou schampen?And you knew it would only graze the guy behind me?
Maar dan moet de moordenaar een ongelofelijk slechte schutter zijn... om zijn of haar slachtoffer 3 keer alleen maar te schampen in die kleine ruimte.But the killer would have had to have been an incredibly bad shot to merely graze his or her victim three times in such tight quarters.
Zone twee verwonding in de nek, tweedegraads schotwond schamp.Zone two injury of the neck, secondary to graze G.S.W.
En hij schampt af op de schouder van Reyes, en dat was het dan!And she grazes it off Reyes' shoulder, and that is it.
Zijn kogel schampt de bovenkant van Baraks hart... verbrijzelt zijn ruggengraat en Barak valt dood neer.His bullet grazes the top of Barak's heart, shatters the spine, and Barak falls dead.
- Heeft je slecht geschampt.- It just grazed you.
- Z'n schouder is geschampt.Bullet grazed his shoulder.
Blijkbaar heeft de straal de toren geschampt en...Apparently, the beam grazed the tower and blew out-
Castle werd geschampt over de ribbenkast.Castle was grazed across the ribs.
De andere heeft zijn slaap geschampt.The other one grazed his temple here.
- Een klap die langs de schedel schampte.It suggests a blow from the front that grazed the skull.
- Ik schampte het...- I grazed the...
- Ja, ze overtuigden me een kogelvrij vest te dragen... en de andere kogel schampte mijn schouder.- You okay? - I'm fine. They convinced me to wear a bulletproof vest, and the other bullet just grazed my shoulder.
- Klopt. De kogel schampte de schedel.Bullet just grazed the skull.
- Nee, hij schampte de premier.The bullet grazed the Prime Minister.
De bommen zijn afgegaan achter het prikkeldraad, schampten het amper.Christ. They've gone off behind the bloody wire, barely grazed it.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

schaffen
procure
schaften
do
schallen
blare
schalmen
do
scharren
scrape
schatten
appraise
scheppen
create
scherpen
sharpen
schimpen
jeer
scholpen
do
schoppen
kick
schrapen
scrape
schulpen
scallop

Similar but longer

afschampen
glance
schamperen
do

Random

samenleven
live together
samenscholen
flock
samenweven
weave together
samplen
do
schaarden
do
schamen
be ashamed
schamperen
do
schertsen
quip
schetteren
chatter
schilderen
paint

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'graze':

None found.
Learning languages?