Afknippen (to cut) conjugation

Dutch
26 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
knip af
I cut
knipt af
you cut
knipt af
he/she/it cuts
knippen af
we cut
knippen af
you all cut
knippen af
they cut
Present perfect tense
heb afgeknipt
I have cut
hebt afgeknipt
you have cut
heeft afgeknipt
he/she/it has cut
hebben afgeknipt
we have cut
hebben afgeknipt
you all have cut
hebben afgeknipt
they have cut
Past tense
knipte af
I cut
knipte af
you cut
knipte af
he/she/it cut
knipten af
we cut
knipten af
you all cut
knipten af
they cut
Future tense
zal afknippen
I will cut
zult afknippen
you will cut
zal afknippen
he/she/it will cut
zullen afknippen
we will cut
zullen afknippen
you all will cut
zullen afknippen
they will cut
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou afknippen
I would cut
zou afknippen
you would cut
zou afknippen
he/she/it would cut
zouden afknippen
we would cut
zouden afknippen
you all would cut
zouden afknippen
they would cut
Subjunctive mood
knippe af
I cut
knippe af
you cut
knippe af
he/she/it cut
knippe af
we cut
knippe af
you all cut
knippe af
they cut
Past perfect tense
had afgeknipt
I had cut
had afgeknipt
you had cut
had afgeknipt
he/she/it had cut
hadden afgeknipt
we had cut
hadden afgeknipt
you all had cut
hadden afgeknipt
they had cut
Future perf.
zal afgeknipt hebben
I will have cut
zal afgeknipt hebben
you will have cut
zal afgeknipt hebben
he/she/it will have cut
zullen afgeknipt hebben
we will have cut
zullen afgeknipt hebben
you all will have cut
zullen afgeknipt hebben
they will have cut
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou afgeknipt hebben
I would have cut
zou afgeknipt hebben
you would have cut
zou afgeknipt hebben
he/she/it would have cut
zouden afgeknipt hebben
we would have cut
zouden afgeknipt hebben
you all would have cut
zouden afgeknipt hebben
they would have cut
Present bijzin tense
afknip
I cut
afknipt
you cut
afknipt
he/she/it cuts
afknippen
we cut
afknippen
you all cut
afknippen
they cut
Past bijzin tense
afknipte
I cut
afknipte
you cut
afknipte
he/she/it cut
afknipten
we cut
afknipten
you all cut
afknipten
they cut
Future bijzin tense
zal afknippen
I will cut
zult afknippen
you will cut
zal afknippen
he/she/it will cut
zullen afknippen
we will cut
zullen afknippen
you all will cut
zullen afknippen
they will cut
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou afknippen
I would cut
zou afknippen
you would cut
zou afknippen
he/she/it would cut
zouden afknippen
we would cut
zouden afknippen
you all would cut
zouden afknippen
they would cut
Subjunctive bijzin mood
afknippe
I cut
afknippe
you cut
afknippe
he/she/it cut
afknippe
we cut
afknippe
you all cut
afknippe
they cut
Du
Ihr
Imperative mood
knip af
cut
knipt af
cut

Examples of afknippen

Example in DutchTranslation in English
- Als je wilt kun je je haar afknippen.- You can cut your hair, Jess.
- Dat jullie me zouden arresteren... of nog erger, mijn haar zouden afknippen, zoals, wat?Okay. We're gonna come up with a plan. You were gonna arrest me, or maybe worse, cut off my hair, like, what!
- Ik moet het afknippen.I should cut it all off.
- Ik zou dat haar graag afknippen.I'd like to cut off that hair.
... afknippen en weggooien.And then we cut it off and throw it away.
- Er is haar afgeknipt.Hair's cut. Both of them.
- Ik heb zijn hoofd er bijna afgeknipt.- I cut almost head off him.
- Ik weet dat ik groter ben... en sterker. Heb dat rode haar afgeknipt.I know I'm bigger, stronger, cut off that wispy red hair.
- Ik zie dat je je haar hebt afgeknipt.- I see you went ahead and cut your hair.
- Je hebt Lucy's haar afgeknipt.- You cut Lucy's hair off.
Als ik mijn haar afknip... Dan zal mijn God al mijn kracht wegnemen.If I cut my hair, my God will take away all my strength.
En als ik mijn haar weer afknip ?And if I cut my hair again?
Er komt nog een zomer dat ik het afknip.I think, one summer I'll cut it short. Madge!
Ik ontvoer haar ouders en laat ze toekijken hoe ik haar haar afknip met deze schaar.I kidnap her parents and make them watch while I cut off her hair with these hedge clippers.
M'n man wil dat ik het afknip.My husband wants me to cut it. No, I like it.
- De moordenaar die mensen hun haar afknipt?The killer who is cutting people's hair?
Als je m'n vlechten afknipt, hak ik je vingers eraf.You try cutting off my braids, you get your fingers chopped off.
Als je zijn vleugels afknipt, zal hij zwemmen.If you cut off his wings, he'll swim.
Als je zijn voeten afknipt, zal hij roeien met zijn bek. als een riem stroomopwaarts.If you cut off his feet, he'll row with his beak, like an oar against the stream.
Doe maar rustig aan. Neem je tijd... als je mijn paardestaart afknipt. Doe het langzaam.When you cut my queue, don't hurry, take your time, move slowly.
- Dat wist jij ook niet toen je het afknipte.You didn't know that when you cut it off.
Als je een vlecht, het symbool van mannelijkheid, afknipte... verwoestte je niet alleen het leven van het slachtoffer... maar het was ook een aanslag op de staat.The act of cutting off a topknot, a symbol of masculinity, Challenged the fundamental social values of society.
Dat is de lul die mijn tenen afknipte.- Yeah, yeah. That's the asshole who cut my toes off.
Dit is de as Van toen ze haar haar afknipte en verbrandde.These are the ashes from when she cut and burnt her hair.
Had je een medeplichtige die wist dat je het haar van je slachtoffers afknipte?Did you have an accomplice That knew you cut your victim's hair?
We hoorden dat de ze hun eigen haar afknipten.We hear the suspects cut their own hair.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

afglippen
do
afklappen
able to fold
afkloppen
touch wood
afknappen
do
afknijpen
do
afslippen
do
afstippen
do
opknippen
chop up

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'cut':

None found.
Learning languages?