Afblijven (to keep off) conjugation

Dutch
6 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
blijf af
I keep off
blijft af
you keep off
blijft af
he/she/it keeps off
blijven af
we keep off
blijven af
you all keep off
blijven af
they keep off
Present perfect tense
ben afgebleven
I have kept off
bent afgebleven
you have kept off
is afgebleven
he/she/it has kept off
zijn afgebleven
we have kept off
zijn afgebleven
you all have kept off
zijn afgebleven
they have kept off
Past tense
bleef af
I kept off
bleef af
you kept off
bleef af
he/she/it kept off
bleven af
we kept off
bleven af
you all kept off
bleven af
they kept off
Future tense
zal afblijven
I will keep off
zult afblijven
you will keep off
zal afblijven
he/she/it will keep off
zullen afblijven
we will keep off
zullen afblijven
you all will keep off
zullen afblijven
they will keep off
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou afblijven
I would keep off
zou afblijven
you would keep off
zou afblijven
he/she/it would keep off
zouden afblijven
we would keep off
zouden afblijven
you all would keep off
zouden afblijven
they would keep off
Subjunctive mood
blijve af
I keep off
blijve af
you keep off
blijve af
he/she/it keep off
blijve af
we keep off
blijve af
you all keep off
blijve af
they keep off
Past perfect tense
was afgebleven
I had kept off
was afgebleven
you had kept off
was afgebleven
he/she/it had kept off
waren afgebleven
we had kept off
waren afgebleven
you all had kept off
waren afgebleven
they had kept off
Future perf.
zal afgebleven zijn
I will have kept off
zal afgebleven zijn
you will have kept off
zal afgebleven zijn
he/she/it will have kept off
zullen afgebleven zijn
we will have kept off
zullen afgebleven zijn
you all will have kept off
zullen afgebleven zijn
they will have kept off
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou afgebleven zijn
I would have kept off
zou afgebleven zijn
you would have kept off
zou afgebleven zijn
he/she/it would have kept off
zouden afgebleven zijn
we would have kept off
zouden afgebleven zijn
you all would have kept off
zouden afgebleven zijn
they would have kept off
Present bijzin tense
afblijf
I keep off
afblijft
you keep off
afblijft
he/she/it keeps off
afblijven
we keep off
afblijven
you all keep off
afblijven
they keep off
Past bijzin tense
afbleef
I kept off
afbleef
you kept off
afbleef
he/she/it kept off
afbleven
we kept off
afbleven
you all kept off
afbleven
they kept off
Future bijzin tense
zal afblijven
I will keep off
zult afblijven
you will keep off
zal afblijven
he/she/it will keep off
zullen afblijven
we will keep off
zullen afblijven
you all will keep off
zullen afblijven
they will keep off
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou afblijven
I would keep off
zou afblijven
you would keep off
zou afblijven
he/she/it would keep off
zouden afblijven
we would keep off
zouden afblijven
you all would keep off
zouden afblijven
they would keep off
Subjunctive bijzin mood
afblijve
I keep off
afblijve
you keep off
afblijve
he/she/it keep off
afblijve
we keep off
afblijve
you all keep off
afblijve
they keep off
Du
Ihr
Imperative mood
blijf af
keep off
blijft af
keep off

Examples of afblijven

Example in DutchTranslation in English
Een prima act, maar hij kon niet van de drank afblijven.-Nice little act. First done after the interval. Couldn't keep off the bottle.
Gebruik gerust de zeep in het bakje met 'afblijven - van Fowler' erop.And you're very welcome to use the liquid soap Marked "Fowler's, keep off."
Ik weet niet wie je deze keer bedrogen hebt maar van mijn zoon moeten ze afblijven.I weet not which you this time deceived have but of my zoon must keep off them.
Je moet van de kaas afblijven, Howard.You need to keep off the cheese, Howard.
Trouwens, Ab. Kan ik niet een half jaar... van de poen afblijven?By the way Ab, ... can't I keep off it for half a year?
Als je er niet afblijft, vuur ik het kanon af.You'll get no more till we're relieved! And if you don't keep off it, I'll fire that cannon and get a proper watch aboard!

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

afdrijven
do
afwrijven
rub
nablijven
remain behind
opblijven
stay up

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

achtergaan
go back
achteruitrijden
back
achteruitvallen
fall behind
afbellen
cancel by telephone
afbieden
keep bidding
afbijten
bite off
afblazen
blow off
afbliksemen
do
afdichten
do
afdoen
take off

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'keep off':

None found.
Learning languages?

Receive top verbs, tips and our newsletter free!

Languages Interested In