Aanbellen (to ring) conjugation

Dutch
27 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
bel aan
I ring
belt aan
you ring
belt aan
he/she/it rings
bellen aan
we ring
bellen aan
you all ring
bellen aan
they ring
Present perfect tense
heb aangebeld
I have ringed
hebt aangebeld
you have ringed
heeft aangebeld
he/she/it has ringed
hebben aangebeld
we have ringed
hebben aangebeld
you all have ringed
hebben aangebeld
they have ringed
Past tense
belde aan
I ringed
belde aan
you ringed
belde aan
he/she/it ringed
belden aan
we ringed
belden aan
you all ringed
belden aan
they ringed
Future tense
zal aanbellen
I will ring
zult aanbellen
you will ring
zal aanbellen
he/she/it will ring
zullen aanbellen
we will ring
zullen aanbellen
you all will ring
zullen aanbellen
they will ring
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou aanbellen
I would ring
zou aanbellen
you would ring
zou aanbellen
he/she/it would ring
zouden aanbellen
we would ring
zouden aanbellen
you all would ring
zouden aanbellen
they would ring
Subjunctive mood
belle aan
I ring
belle aan
you ring
belle aan
he/she/it ring
belle aan
we ring
belle aan
you all ring
belle aan
they ring
Past perfect tense
had aangebeld
I had ringed
had aangebeld
you had ringed
had aangebeld
he/she/it had ringed
hadden aangebeld
we had ringed
hadden aangebeld
you all had ringed
hadden aangebeld
they had ringed
Future perf.
zal aangebeld hebben
I will have ringed
zal aangebeld hebben
you will have ringed
zal aangebeld hebben
he/she/it will have ringed
zullen aangebeld hebben
we will have ringed
zullen aangebeld hebben
you all will have ringed
zullen aangebeld hebben
they will have ringed
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou aangebeld hebben
I would have ringed
zou aangebeld hebben
you would have ringed
zou aangebeld hebben
he/she/it would have ringed
zouden aangebeld hebben
we would have ringed
zouden aangebeld hebben
you all would have ringed
zouden aangebeld hebben
they would have ringed
Present bijzin tense
aanbel
I ring
aanbelt
you ring
aanbelt
he/she/it rings
aanbellen
we ring
aanbellen
you all ring
aanbellen
they ring
Past bijzin tense
aanbelde
I ringed
aanbelde
you ringed
aanbelde
he/she/it ringed
aanbelden
we ringed
aanbelden
you all ringed
aanbelden
they ringed
Future bijzin tense
zal aanbellen
I will ring
zult aanbellen
you will ring
zal aanbellen
he/she/it will ring
zullen aanbellen
we will ring
zullen aanbellen
you all will ring
zullen aanbellen
they will ring
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou aanbellen
I would ring
zou aanbellen
you would ring
zou aanbellen
he/she/it would ring
zouden aanbellen
we would ring
zouden aanbellen
you all would ring
zouden aanbellen
they would ring
Subjunctive bijzin mood
aanbelle
I ring
aanbelle
you ring
aanbelle
he/she/it ring
aanbelle
we ring
aanbelle
you all ring
aanbelle
they ring
Du
Ihr
Imperative mood
bel aan
ring
belt aan
ring

Examples of aanbellen

Example in DutchTranslation in English
't Hoort niet. 'n Conciërge die komt aanbellen voor haar nieuwjaarscadeau.A concierge who rings your bell and asks for a Christmas gift?
- Bij hem aanbellen en wegrennen.I've got a good mind to ring his doorbell and run.
- Dat kan niet. Jake zou niet aanbellen.Jake wouldn't ring the bell.
- Die zou niet aanbellen.- He wouldn't ring the bell.
- Ga je niet aanbellen?- Ain't you gonna ring the bell?
Doe gewoon je vlinderdas om en bel aan.You've been doing it your whole life, just put on your bow tie and ring the doorbell.
Ik bel aan en geef hem er van langs.I'm gonna ring the doorbell and rip him a new one.
Ik bel aan en hoor een prachtige stem zeggen:Up I go to the door. I ring the bell. And I hear a very nice voice from the inside.
Ik bel aan en zeg dat jij z'n allergrootste fan bent. Dan vragen we om z'n handtekening.I'm gonna ring his bell and I'll explain that you're his greatest admirer in the world and we'll ask for his autograph, all right?
Ik bel aan en...- I'll ring the bell and...
'T Geluk staat niet stil voor je deur, klopt aan, belt aan, klopt nog eens...Eric, opportunity does not knock, and then ring the doorbell... and then knock again, and then leave a note that says... "Sorry I missed you," and then call you on the phone...
Daar stapje naartoe, je belt aan en je zegt dat je met mijn complimenten komt.Go over to it, ring the bell and say I sent you.
Iemand belt aan de deur, enSomeone rings the bell at the side door, and
Je belt aan, zoals een nette inwoner van Beverly Hills.You ring the bell like an upstanding Beverly Hills citizen would do.
Jij belt aan, ik doe open en tegen de middag van de volgende dag leg ik je weer neer.Well, you're gonna ring on the doorbell, I'm gonna answer the door... Right. ...and at about midday the following day...
- Nee, pas bellen aan het einde.No, don't ring it till the end.
- Nee, we bellen aan.- No, no. No, let's ring the bell.
Bepaalde misdadigers kloppen, anderen bellen aan.Helps with the profile. Certain criminals knock, others ring doorbells.
We bellen aan en wanneer ze open doet, vragen we haar of ze weet waar Abby is.Well, we ring the doorbell and when she answers the door, we ask her if she knows where Abby is.
We laten hem hier gewoon achter, bellen aan, en we gaan lopenMaybe we'd just leave him on the porch ring the bell and run.
- Wil je dat ik aanbel?Do you want me to ring the doorbell?
Je doet dit steeds. Je vraagt mij langs te komen en doet niet open als ik aanbel.You keep doing this-- you ask me to come over and then you don't answer the door when I ring.
Als een vreemde aanbelt...Somebody you don't know rings the bell --
Als er iemand aanbelt, wees dan zo stil als een muis.If anybody rings the doorbell, you're as quiet as a mouse.
Als je nu aanbelt, klapt de hele boel.Any team coming in is gonna be ringing the front doorbell pretty loud.
Een inbreker die aanbelt?A burglar who rings the doorbell(? )
Elke keer dat je aanbelt, heb je een kans om een medemens te redden.Every time you ring a doorbell, you get a chance to save a human being.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

aanbermen
do
aanhollen
tag along
aanrollen
roll along
aanvallen
assail
aanvullen
add

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'ring':

None found.
Learning languages?