Voortbouwen (to build) conjugation

Dutch
5 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
bouw voort
I build
bouwt voort
you build
bouwt voort
he/she/it builds
bouwen voort
we build
bouwen voort
you all build
bouwen voort
they build
Present perfect tense
heb voortgebouwd
I have built
hebt voortgebouwd
you have built
heeft voortgebouwd
he/she/it has built
hebben voortgebouwd
we have built
hebben voortgebouwd
you all have built
hebben voortgebouwd
they have built
Past tense
bouwde voort
I built
bouwde voort
you built
bouwde voort
he/she/it built
bouwden voort
we built
bouwden voort
you all built
bouwden voort
they built
Future tense
zal voortbouwen
I will build
zult voortbouwen
you will build
zal voortbouwen
he/she/it will build
zullen voortbouwen
we will build
zullen voortbouwen
you all will build
zullen voortbouwen
they will build
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou voortbouwen
I would build
zou voortbouwen
you would build
zou voortbouwen
he/she/it would build
zouden voortbouwen
we would build
zouden voortbouwen
you all would build
zouden voortbouwen
they would build
Subjunctive mood
bouwe voort
I build
bouwe voort
you build
bouwe voort
he/she/it build
bouwe voort
we build
bouwe voort
you all build
bouwe voort
they build
Past perfect tense
had voortgebouwd
I had built
had voortgebouwd
you had built
had voortgebouwd
he/she/it had built
hadden voortgebouwd
we had built
hadden voortgebouwd
you all had built
hadden voortgebouwd
they had built
Future perf.
zal voortgebouwd hebben
I will have built
zal voortgebouwd hebben
you will have built
zal voortgebouwd hebben
he/she/it will have built
zullen voortgebouwd hebben
we will have built
zullen voortgebouwd hebben
you all will have built
zullen voortgebouwd hebben
they will have built
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou voortgebouwd hebben
I would have built
zou voortgebouwd hebben
you would have built
zou voortgebouwd hebben
he/she/it would have built
zouden voortgebouwd hebben
we would have built
zouden voortgebouwd hebben
you all would have built
zouden voortgebouwd hebben
they would have built
Present bijzin tense
voortbouw
I build
voortbouwt
you build
voortbouwt
he/she/it builds
voortbouwen
we build
voortbouwen
you all build
voortbouwen
they build
Past bijzin tense
voortbouwde
I built
voortbouwde
you built
voortbouwde
he/she/it built
voortbouwden
we built
voortbouwden
you all built
voortbouwden
they built
Future bijzin tense
zal voortbouwen
I will build
zult voortbouwen
you will build
zal voortbouwen
he/she/it will build
zullen voortbouwen
we will build
zullen voortbouwen
you all will build
zullen voortbouwen
they will build
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou voortbouwen
I would build
zou voortbouwen
you would build
zou voortbouwen
he/she/it would build
zouden voortbouwen
we would build
zouden voortbouwen
you all would build
zouden voortbouwen
they would build
Subjunctive bijzin mood
voortbouwe
I build
voortbouwe
you build
voortbouwe
he/she/it build
voortbouwe
we build
voortbouwe
you all build
voortbouwe
they build
Du
Ihr
Imperative mood
bouw voort
build
bouwt voort
build

Examples of voortbouwen

Example in DutchTranslation in English
- Hier kunt u op voortbouwen.It's a start. One that you can build on.
Iets waar we op kunnen voortbouwen.Something we can build on.
Ik ga voortbouwen op dit succes.I plan to build on this success.
Ik wil voortbouwen op wat mijn vader heeft opgebouwd, gezamenlijk kunnen we dat.I want to build on what my father created. Together, we can make that happen.
Je kunt niet voortbouwen op iets als er geen eerlijkheid is.You can't... build on something if there's no honesty.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

voortstuwen
propel

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'build':

None found.
Learning languages?