Speak any language with confidence

Take our quick quiz to start your journey to fluency today!

Get started

Vijzelen (to jack) conjugation

Dutch
1 examples
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
vijzel
vijzelt
vijzelt
vijzelen
vijzelen
vijzelen
Present perfect tense
heb gevijzeld
hebt gevijzeld
heeft gevijzeld
hebben gevijzeld
hebben gevijzeld
hebben gevijzeld
Past tense
vijzelde
vijzelde
vijzelde
vijzelden
vijzelden
vijzelden
Future tense
zal vijzelen
zult vijzelen
zal vijzelen
zullen vijzelen
zullen vijzelen
zullen vijzelen
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou vijzelen
zou vijzelen
zou vijzelen
zouden vijzelen
zouden vijzelen
zouden vijzelen
Subjunctive mood
vijzele
vijzele
vijzele
vijzele
vijzele
vijzele
Past perfect tense
had gevijzeld
had gevijzeld
had gevijzeld
hadden gevijzeld
hadden gevijzeld
hadden gevijzeld
Future perf.
zal gevijzeld hebben
zal gevijzeld hebben
zal gevijzeld hebben
zullen gevijzeld hebben
zullen gevijzeld hebben
zullen gevijzeld hebben
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou gevijzeld hebben
zou gevijzeld hebben
zou gevijzeld hebben
zouden gevijzeld hebben
zouden gevijzeld hebben
zouden gevijzeld hebben
Du
Ihr
Imperative mood
vijzel
vijzelt

Examples of vijzelen

Example in DutchTranslation in English
Waarom vijzel je het op? Dit is gewoon Monroe's manier om te zeggen dat het besluit zal worden genomen na overleg met senior personeel.Why are you jacking it in?

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

gijzelen
take hostage

Similar but longer

opvijzelen
jack

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'jack':

None found.