Verwoorden (to articulate) conjugation

Dutch
9 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
verwoord
I articulate
verwoordt
you articulate
verwoordt
he/she/it articulates
verwoorden
we articulate
verwoorden
you all articulate
verwoorden
they articulate
Present perfect tense
heb verwoord
I have articulated
hebt verwoord
you have articulated
heeft verwoord
he/she/it has articulated
hebben verwoord
we have articulated
hebben verwoord
you all have articulated
hebben verwoord
they have articulated
Past tense
verwoordde
I articulated
verwoordde
you articulated
verwoordde
he/she/it articulated
verwoordden
we articulated
verwoordden
you all articulated
verwoordden
they articulated
Future tense
zal verwoorden
I will articulate
zult verwoorden
you will articulate
zal verwoorden
he/she/it will articulate
zullen verwoorden
we will articulate
zullen verwoorden
you all will articulate
zullen verwoorden
they will articulate
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou verwoorden
I would articulate
zou verwoorden
you would articulate
zou verwoorden
he/she/it would articulate
zouden verwoorden
we would articulate
zouden verwoorden
you all would articulate
zouden verwoorden
they would articulate
Subjunctive mood
verwoorde
I articulate
verwoorde
you articulate
verwoorde
he/she/it articulate
verwoorde
we articulate
verwoorde
you all articulate
verwoorde
they articulate
Past perfect tense
had verwoord
I had articulated
had verwoord
you had articulated
had verwoord
he/she/it had articulated
hadden verwoord
we had articulated
hadden verwoord
you all had articulated
hadden verwoord
they had articulated
Future perf.
zal verwoord hebben
I will have articulated
zal verwoord hebben
you will have articulated
zal verwoord hebben
he/she/it will have articulated
zullen verwoord hebben
we will have articulated
zullen verwoord hebben
you all will have articulated
zullen verwoord hebben
they will have articulated
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou verwoord hebben
I would have articulated
zou verwoord hebben
you would have articulated
zou verwoord hebben
he/she/it would have articulated
zouden verwoord hebben
we would have articulated
zouden verwoord hebben
you all would have articulated
zouden verwoord hebben
they would have articulated
Du
Ihr
Imperative mood
verwoord
articulate
verwoordt
articulate

Examples of verwoorden

Example in DutchTranslation in English
Een hypothese die ik nu niet durf te verwoorden.A hypothesis which I'm afraid to articulate at this moment:
Het is moeilijk te verwoorden.It's hard to articulate.
Hoe dat voorbijgaande ogenblik te verwoorden wanneer je iets ziet door het oog van de camera.How to articulate that transient moment when you see something through the camera's eye.
Ik kan het niet verwoorden.I can't really articulate.
Je weet 't mooi te verwoorden.You don 't pretty articulate.
Hij verwoordt zijn gedachten duidelijk.He articulates his thoughts clearly.
Je verwoordt de dingen heel goed.You're incredibly articulate.
Ik denk dat het niet zo goed verwoord werd, als het had gekund, denk ik.I don't think they were being articulated as well as they could be, I guess. I know we're not as tight as middle school honors band.
Je passie werd goed verwoord.Your passion was well articulated.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

vermoorden
murder

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'articulate':

None found.
Learning languages?