Plaasteren (to plaster) conjugation

Dutch
5 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
plaaster
I plaster
plaastert
you plaster
plaastert
he/she/it plasters
plaasteren
we plaster
plaasteren
you all plaster
plaasteren
they plaster
Present perfect tense
heb geplaasterd
I have plastered
hebt geplaasterd
you have plastered
heeft geplaasterd
he/she/it has plastered
hebben geplaasterd
we have plastered
hebben geplaasterd
you all have plastered
hebben geplaasterd
they have plastered
Past tense
plaasterde
I plastered
plaasterde
you plastered
plaasterde
he/she/it plastered
plaasterden
we plastered
plaasterden
you all plastered
plaasterden
they plastered
Future tense
zal plaasteren
I will plaster
zult plaasteren
you will plaster
zal plaasteren
he/she/it will plaster
zullen plaasteren
we will plaster
zullen plaasteren
you all will plaster
zullen plaasteren
they will plaster
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou plaasteren
I would plaster
zou plaasteren
you would plaster
zou plaasteren
he/she/it would plaster
zouden plaasteren
we would plaster
zouden plaasteren
you all would plaster
zouden plaasteren
they would plaster
Subjunctive mood
plaastere
I plaster
plaastere
you plaster
plaastere
he/she/it plaster
plaastere
we plaster
plaastere
you all plaster
plaastere
they plaster
Past perfect tense
had geplaasterd
I had plastered
had geplaasterd
you had plastered
had geplaasterd
he/she/it had plastered
hadden geplaasterd
we had plastered
hadden geplaasterd
you all had plastered
hadden geplaasterd
they had plastered
Future perf.
zal geplaasterd hebben
I will have plastered
zal geplaasterd hebben
you will have plastered
zal geplaasterd hebben
he/she/it will have plastered
zullen geplaasterd hebben
we will have plastered
zullen geplaasterd hebben
you all will have plastered
zullen geplaasterd hebben
they will have plastered
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou geplaasterd hebben
I would have plastered
zou geplaasterd hebben
you would have plastered
zou geplaasterd hebben
he/she/it would have plastered
zouden geplaasterd hebben
we would have plastered
zouden geplaasterd hebben
you all would have plastered
zouden geplaasterd hebben
they would have plastered
Du
Ihr
Imperative mood
plaaster
plaster
plaastert
plaster

Examples of plaasteren

Example in DutchTranslation in English
Het is maar beschilderd plaaster, Heilige Vader.It's only painted plaster, Holy Father.
Het plaaster is modern, en het heeft een hoger calciumgehalte, wellicht om te beschermen wat er in zit.The plaster's modern, and it has a higher calcium content, probably to protect whatever's inside it.
Misschien wat touw ingesmeerd met kruit van onze kogels... en wat plaaster of cement.Maybe some rope rubbed down with powder from our shotgun shells, and some plaster or cement.
Oh, verdomme, het plaaster is weer aan het afbladderen.Oh, damn, the plaster's flaking again.
Win pappie's liefde met een hoop plaaster.# Just faster Win Papi's love # With that pile of plaster

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

pleisteren
plaster

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

pingpongen
table tennis
pinkogen
pink eyes
pintelieren
do
pitchen
pitch
pivoteren
pivot
plaatsen
place
plaatsnemen
sit down
plafonneren
take place
planteren
plant
platstrijken
flat spray

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'plaster':

None found.
Learning languages?