Kreupelen (to cripple) conjugation

Dutch
15 examples

Conjugation of kreupelen

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
kreupel
I cripple
kreupelt
you cripple
kreupelt
he/she/it cripples
kreupelen
we cripple
kreupelen
you all cripple
kreupelen
they cripple
Present perfect tense
heb gekreupeld
I have crippled
hebt gekreupeld
you have crippled
heeft gekreupeld
he/she/it has crippled
hebben gekreupeld
we have crippled
hebben gekreupeld
you all have crippled
hebben gekreupeld
they have crippled
Past tense
kreupelde
I crippled
kreupelde
you crippled
kreupelde
he/she/it crippled
kreupelden
we crippled
kreupelden
you all crippled
kreupelden
they crippled
Future tense
zal kreupelen
I will cripple
zult kreupelen
you will cripple
zal kreupelen
he/she/it will cripple
zullen kreupelen
we will cripple
zullen kreupelen
you all will cripple
zullen kreupelen
they will cripple
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou kreupelen
I would cripple
zou kreupelen
you would cripple
zou kreupelen
he/she/it would cripple
zouden kreupelen
we would cripple
zouden kreupelen
you all would cripple
zouden kreupelen
they would cripple
Subjunctive mood
kreupele
I cripple
kreupele
you cripple
kreupele
he/she/it cripple
kreupele
we cripple
kreupele
you all cripple
kreupele
they cripple
Past perfect tense
had gekreupeld
I had crippled
had gekreupeld
you had crippled
had gekreupeld
he/she/it had crippled
hadden gekreupeld
we had crippled
hadden gekreupeld
you all had crippled
hadden gekreupeld
they had crippled
Future perf.
zal gekreupeld hebben
I will have crippled
zal gekreupeld hebben
you will have crippled
zal gekreupeld hebben
he/she/it will have crippled
zullen gekreupeld hebben
we will have crippled
zullen gekreupeld hebben
you all will have crippled
zullen gekreupeld hebben
they will have crippled
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou gekreupeld hebben
I would have crippled
zou gekreupeld hebben
you would have crippled
zou gekreupeld hebben
he/she/it would have crippled
zouden gekreupeld hebben
we would have crippled
zouden gekreupeld hebben
you all would have crippled
zouden gekreupeld hebben
they would have crippled
Du
Ihr
Imperative mood
kreupel
cripple
kreupelt
cripple

Examples of kreupelen

Example in DutchTranslation in English
Aan de andere kant, ik heb rivieren in bloed veranderd... koningen in kreupelen... steden in zout.On the other hand, I've turned rivers into blood. - Kings into cripples. - Cities to salt.
Alle dwazen en kreupelen van Campanië doen mee. Dat noem ik geen leger.Buying up all the fools and cripples in Campagna is hardly raising an army.
Als kreupelen onder elkaar...One cripple to another...
Buitenbeentjes, mafketels en kreupelen kunnen ook meedoen.Misfits and spaz-heads and cripples can make it, too.
Dat waren de zieken en kreupelen... degene die te veel aten als er te weinig voedsel was.They were the sick and the crippled, you know, the ones who ate too much when there wasn't enough food to go round.
- En kreupel.- And crippled.
- En maakte mijn zoon kreupel.And crippled mine.
- Hij heeft ons compleet kreupel gemaakt.- He's completely crippled us, Gwen.
- Ik ben niet helemaal kreupel.I'm not a complete cripple.
- Ik ben nutteloos, ik ben kreupel.I'm useless, I'm a cripple,
"Hopeloze stompzinnigheid, sprakeloos gekreun, uitzichtloos bestaan, kreupele, ontwrichtende bezorgdheid.""Hopeless stupidity, inarticulate moaning, desperate existence, crippled paralysing worry..."
- De kreupele tepel!- The crippled nipple!
- Een kreupele. Hij treedt niet op.A cripple, Can't act,
- Ik steun 'n kreupele broer...- I support a crippled brother...
- Ja, de populairste kreupele.Yeah, he was the popular cripple.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

kreukelen
wrinkle

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

knipperen
blink
koken
boil
korten
shorten
kotsen
puke
krammen
staple
krauwen
claw
kreunen
moan
krevelen
do
krimpen
shrink
kristalliseren
crystallize

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'cripple':

None found.