Inzoomen (to zoom) conjugation

Dutch
27 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
zoom in
I zoom
zoomt in
you zoom
zoomt in
he/she/it zooms
zoomen in
we zoom
zoomen in
you all zoom
zoomen in
they zoom
Present perfect tense
heb ingezoomd
I have zoomed
hebt ingezoomd
you have zoomed
heeft ingezoomd
he/she/it has zoomed
hebben ingezoomd
we have zoomed
hebben ingezoomd
you all have zoomed
hebben ingezoomd
they have zoomed
Past tense
zoomde in
I zoomed
zoomde in
you zoomed
zoomde in
he/she/it zoomed
zoomden in
we zoomed
zoomden in
you all zoomed
zoomden in
they zoomed
Future tense
zal inzoomen
I will zoom
zult inzoomen
you will zoom
zal inzoomen
he/she/it will zoom
zullen inzoomen
we will zoom
zullen inzoomen
you all will zoom
zullen inzoomen
they will zoom
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou inzoomen
I would zoom
zou inzoomen
you would zoom
zou inzoomen
he/she/it would zoom
zouden inzoomen
we would zoom
zouden inzoomen
you all would zoom
zouden inzoomen
they would zoom
Subjunctive mood
zoome in
I zoom
zoome in
you zoom
zoome in
he/she/it zoom
zoome in
we zoom
zoome in
you all zoom
zoome in
they zoom
Past perfect tense
had ingezoomd
I had zoomed
had ingezoomd
you had zoomed
had ingezoomd
he/she/it had zoomed
hadden ingezoomd
we had zoomed
hadden ingezoomd
you all had zoomed
hadden ingezoomd
they had zoomed
Future perf.
zal ingezoomd hebben
I will have zoomed
zal ingezoomd hebben
you will have zoomed
zal ingezoomd hebben
he/she/it will have zoomed
zullen ingezoomd hebben
we will have zoomed
zullen ingezoomd hebben
you all will have zoomed
zullen ingezoomd hebben
they will have zoomed
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou ingezoomd hebben
I would have zoomed
zou ingezoomd hebben
you would have zoomed
zou ingezoomd hebben
he/she/it would have zoomed
zouden ingezoomd hebben
we would have zoomed
zouden ingezoomd hebben
you all would have zoomed
zouden ingezoomd hebben
they would have zoomed
Present bijzin tense
inzoom
I zoom
inzoomt
you zoom
inzoomt
he/she/it zooms
inzoomen
we zoom
inzoomen
you all zoom
inzoomen
they zoom
Past bijzin tense
inzoomde
I zoomed
inzoomde
you zoomed
inzoomde
he/she/it zoomed
inzoomden
we zoomed
inzoomden
you all zoomed
inzoomden
they zoomed
Future bijzin tense
zal inzoomen
I will zoom
zult inzoomen
you will zoom
zal inzoomen
he/she/it will zoom
zullen inzoomen
we will zoom
zullen inzoomen
you all will zoom
zullen inzoomen
they will zoom
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou inzoomen
I would zoom
zou inzoomen
you would zoom
zou inzoomen
he/she/it would zoom
zouden inzoomen
we would zoom
zouden inzoomen
you all would zoom
zouden inzoomen
they would zoom
Subjunctive bijzin mood
inzoome
I zoom
inzoome
you zoom
inzoome
he/she/it zoom
inzoome
we zoom
inzoome
you all zoom
inzoome
they zoom
Du
Ihr
Imperative mood
zoom in
zoom
zoomt in
zoom

Examples of inzoomen

Example in DutchTranslation in English
- Drie, inzoomen.- [ Technician ] three, zoom in.
- Een, inzoomen.Here's what you were waiting for. [ Technician ] one, zoom in.
- Geef het wat tijd. Nu ga ik inzoomen op het ontbijt.Now I'm gonna zoom in on just the breakfast meats.
- Kan je inzoomen?Can you zoom in?
- Kun je inzoomen?- Can you zoom in?
- Zwijg en zoom in.Shut up and zoom.
Angela, zoom in op die ketting.Angela, zoom in on that necklace.
Beet, zoom in.Beet, zoom in on that.
Computer, zoom in op het centrum.Computer, zoom in to the centre.
David, ga er twee terug en zoom in op de ingang.Go back two and zoom in on the entrance.
De camera draait eromheen... en zoomt in alsof we dichterbij komen.So I want the camera to circle right while zooming as if we're being drawn into them.
De camera zoomt in.The camera zooms in.
Hij zoomt in.He is zooming in.
Je zoomt in met dit dingetje.You, uh, use the gizmo... to zoom in.
- We hebben erop ingezoomd.~ What? ~ We've zoomed in on it.
En we hebben een figuur gevonden, zoals op zijn foto afgebeeld stond en toen hebben we het beter bekeken en Doug heeft er op ingezoomd...And we have a figure found as his picture was shown, and when we have better views and Doug has zoomed in on...
We zijn zo ver mogelijk ingezoomd, en we zien alleen je gezicht.OK, so... we're zoomed in as much as possible right now... and all we see is your face. OK?
Ze zoomde in.She zoomed in.
Als ik inzoom zie je dat de "I" eigenlijk helemaal geen "I" is.See,if I zoom in,you can see that the "I"s-- they're not actually "I"s.
Je ziet er echt mooi uit als ik ver weg sta en op je inzoom.Oh, wow, you look really pretty if I stand far away and I use the zoom.
Maar als ik inzoom...But if I zoom in...
Als je inzoomt, zie je het slot achter.You zoom in. You can see the rear-door lock.
Als je nu inzoomt kunnen we zien wie zich onder de mantel verschuilt.If you zoom in right here, we can see who's inside that cloak.
En het is waar, ik kan me geen Thanksgiving voorstellen, zonder de Detroit Lions te zien, of in slaap te vallen in de La_Z-Boy terwijl de cameraman inzoomt op het kalkoendag kruis-schot van een Dallas Cowboy cheerleader.And true, I can't imagine a Thanksgiving without seeing the Detroit Lions or falling asleep in the La-Z-Boy while the cameraman zooms in for the turkey-day crotch-shot of a Dallas Cowboy cheerleader.
Kun je dat ding doen waarbij je inzoomt en het beeld verbetert?So can you do that thingy where you zoom in and you clean up the image?
Zorg dat je inzoomt voor haar reactie.Make sure you zoom in on her reaction.
De focus stond uit toen ik inzoomde op één van de knoopsgaten.The focus was off when I zoomed in on one of the buttonholes.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

instomen
do
inzouten
salt away

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'zoom':

None found.
Learning languages?