Fijnmaken (to crush) conjugation

Dutch
1 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
maak fijn
I crush
maakt fijn
you crush
maakt fijn
he/she/it crushes
maken fijn
we crush
maken fijn
you all crush
maken fijn
they crush
Present perfect tense
heb fijngemaakt
I have crushed
hebt fijngemaakt
you have crushed
heeft fijngemaakt
he/she/it has crushed
hebben fijngemaakt
we have crushed
hebben fijngemaakt
you all have crushed
hebben fijngemaakt
they have crushed
Past tense
maakte fijn
I crushed
maakte fijn
you crushed
maakte fijn
he/she/it crushed
maakten fijn
we crushed
maakten fijn
you all crushed
maakten fijn
they crushed
Future tense
zal fijnmaken
I will crush
zult fijnmaken
you will crush
zal fijnmaken
he/she/it will crush
zullen fijnmaken
we will crush
zullen fijnmaken
you all will crush
zullen fijnmaken
they will crush
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou fijnmaken
I would crush
zou fijnmaken
you would crush
zou fijnmaken
he/she/it would crush
zouden fijnmaken
we would crush
zouden fijnmaken
you all would crush
zouden fijnmaken
they would crush
Subjunctive mood
make fijn
I crush
make fijn
you crush
make fijn
he/she/it crush
make fijn
we crush
make fijn
you all crush
make fijn
they crush
Past perfect tense
had fijngemaakt
I had crushed
had fijngemaakt
you had crushed
had fijngemaakt
he/she/it had crushed
hadden fijngemaakt
we had crushed
hadden fijngemaakt
you all had crushed
hadden fijngemaakt
they had crushed
Future perf.
zal fijngemaakt hebben
I will have crushed
zal fijngemaakt hebben
you will have crushed
zal fijngemaakt hebben
he/she/it will have crushed
zullen fijngemaakt hebben
we will have crushed
zullen fijngemaakt hebben
you all will have crushed
zullen fijngemaakt hebben
they will have crushed
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou fijngemaakt hebben
I would have crushed
zou fijngemaakt hebben
you would have crushed
zou fijngemaakt hebben
he/she/it would have crushed
zouden fijngemaakt hebben
we would have crushed
zouden fijngemaakt hebben
you all would have crushed
zouden fijngemaakt hebben
they would have crushed
Present bijzin tense
fijnmaak
I crush
fijnmaakt
you crush
fijnmaakt
he/she/it crushes
fijnmaken
we crush
fijnmaken
you all crush
fijnmaken
they crush
Past bijzin tense
fijnmaakte
I crushed
fijnmaakte
you crushed
fijnmaakte
he/she/it crushed
fijnmaakten
we crushed
fijnmaakten
you all crushed
fijnmaakten
they crushed
Future bijzin tense
zal fijnmaken
I will crush
zult fijnmaken
you will crush
zal fijnmaken
he/she/it will crush
zullen fijnmaken
we will crush
zullen fijnmaken
you all will crush
zullen fijnmaken
they will crush
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou fijnmaken
I would crush
zou fijnmaken
you would crush
zou fijnmaken
he/she/it would crush
zouden fijnmaken
we would crush
zouden fijnmaken
you all would crush
zouden fijnmaken
they would crush
Subjunctive bijzin mood
fijnmake
I crush
fijnmake
you crush
fijnmake
he/she/it crush
fijnmake
we crush
fijnmake
you all crush
fijnmake
they crush
Du
Ihr
Imperative mood
maak fijn
crush
maakt fijn
crush

Examples of fijnmaken

Example in DutchTranslation in English
Je weet dat je haar zult fijnmaken.Yeah, you know you gonna crush her

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

fijnmalen
grind

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

emulgeren
emulsify
exalteren
exalt
fascineren
fascinate
festonneren
festoon
fijnknippen
fine cut
fijnmalen
grind
fijntrappen
fine steps
fitten
adjust
flenzen
do
fleren
do

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'crush':

None found.
Learning languages?