Bijpraten (to catch up) conjugation

Dutch
15 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
praat bij
I catch up
praat bij
you catch up
praat bij
he/she/it catches up
praten bij
we catch up
praten bij
you all catch up
praten bij
they catch up
Present perfect tense
heb bijgepraat
I have caught up
hebt bijgepraat
you have caught up
heeft bijgepraat
he/she/it has caught up
hebben bijgepraat
we have caught up
hebben bijgepraat
you all have caught up
hebben bijgepraat
they have caught up
Past tense
praatte bij
I caught up
praatte bij
you caught up
praatte bij
he/she/it caught up
praatten bij
we caught up
praatten bij
you all caught up
praatten bij
they caught up
Future tense
zal bijpraten
I will catch up
zult bijpraten
you will catch up
zal bijpraten
he/she/it will catch up
zullen bijpraten
we will catch up
zullen bijpraten
you all will catch up
zullen bijpraten
they will catch up
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou bijpraten
I would catch up
zou bijpraten
you would catch up
zou bijpraten
he/she/it would catch up
zouden bijpraten
we would catch up
zouden bijpraten
you all would catch up
zouden bijpraten
they would catch up
Subjunctive mood
prate bij
I catch up
prate bij
you catch up
prate bij
he/she/it catch up
prate bij
we catch up
prate bij
you all catch up
prate bij
they catch up
Past perfect tense
had bijgepraat
I had caught up
had bijgepraat
you had caught up
had bijgepraat
he/she/it had caught up
hadden bijgepraat
we had caught up
hadden bijgepraat
you all had caught up
hadden bijgepraat
they had caught up
Future perf.
zal bijgepraat hebben
I will have caught up
zal bijgepraat hebben
you will have caught up
zal bijgepraat hebben
he/she/it will have caught up
zullen bijgepraat hebben
we will have caught up
zullen bijgepraat hebben
you all will have caught up
zullen bijgepraat hebben
they will have caught up
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou bijgepraat hebben
I would have caught up
zou bijgepraat hebben
you would have caught up
zou bijgepraat hebben
he/she/it would have caught up
zouden bijgepraat hebben
we would have caught up
zouden bijgepraat hebben
you all would have caught up
zouden bijgepraat hebben
they would have caught up
Present bijzin tense
bijpraat
I catch up
bijpraat
you catch up
bijpraat
he/she/it catches up
bijpraten
we catch up
bijpraten
you all catch up
bijpraten
they catch up
Past bijzin tense
bijpraatte
I caught up
bijpraatte
you caught up
bijpraatte
he/she/it caught up
bijpraatten
we caught up
bijpraatten
you all caught up
bijpraatten
they caught up
Future bijzin tense
zal bijpraten
I will catch up
zult bijpraten
you will catch up
zal bijpraten
he/she/it will catch up
zullen bijpraten
we will catch up
zullen bijpraten
you all will catch up
zullen bijpraten
they will catch up
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou bijpraten
I would catch up
zou bijpraten
you would catch up
zou bijpraten
he/she/it would catch up
zouden bijpraten
we would catch up
zouden bijpraten
you all would catch up
zouden bijpraten
they would catch up
Subjunctive bijzin mood
bijprate
I catch up
bijprate
you catch up
bijprate
he/she/it catch up
bijprate
we catch up
bijprate
you all catch up
bijprate
they catch up
Du
Ihr
Imperative mood
praat bij
catch up
praat bij
catch up

Examples of bijpraten

Example in DutchTranslation in English
- Dank je. Ik zou graag bijpraten, maar ik ben al te laat voor een vergadering.I'd love to catch up, but I'm late for a meeting.
- Ik laat jullie bijpraten.Well, I'll let you two catch up.
- Ik wil graag nog wat bijpraten.And I would like to catch up with you if that´s possible.
- Ja, laat ons wat bijpraten.-Yeah, why don't we catch up?
- Jullie willen vast even bijpraten.- Maybe I should just let you guys catch up.
Drink wat, praat bij en sluit het af.Have a drink, catch up, then end the story.
Ik ga zitten aan de tafel en praat bij met Dana Greer, zwemster, nu een makelaar in Los Angeles, getrouwd met een heer genaamd Arthur.I sit down at the table and catch up with Dana Greer... Swimmer, now a realtor in Los Angeles, married to a gentleman by the name of Arthur.
Ik ben oké, Auggie we praten bij als ik terug ben.I'm fine, Auggie. We'll catch up when I get back.
We praten bij als jij terug bent.- After your thing, we'll catch up, eh?
- Dus jullie hebben nog niet echt bijgepraat.- Oh, wow, so you two really haven't caught up in any significant way, I guess.
- We zijn weer bijgepraat.- We're all caught up.
Dus dit hele gerechtsgebabbel wordt bijgepraat, oké?S0 this whole little court chitchat gets caught up, okay?
Het is een tijd geleden dat we bijgepraat hebben.It's been a while since we caught up.
Ik heb het gevoel dat we al een tijdje niet meer hebben bijgepraat.I'm feeling like we haven't caught up in a while.
Michael praatte bij met zijn vroegere liefde. Michael Bluth.[Narrator] And so, Michael caught up with his onetime lover.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

bijpunten
do

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'catch up':

None found.
Learning languages?