Afplatten (to flatten) conjugation

Dutch
5 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
plat af
I flatten
plat af
you flatten
plat af
he/she/it flattens
platten af
we flatten
platten af
you all flatten
platten af
they flatten
Present perfect tense
heb afgeplat
I have flattened
hebt afgeplat
you have flattened
heeft afgeplat
he/she/it has flattened
hebben afgeplat
we have flattened
hebben afgeplat
you all have flattened
hebben afgeplat
they have flattened
Past tense
platte af
I flattened
platte af
you flattened
platte af
he/she/it flattened
platten af
we flattened
platten af
you all flattened
platten af
they flattened
Future tense
zal afplatten
I will flatten
zult afplatten
you will flatten
zal afplatten
he/she/it will flatten
zullen afplatten
we will flatten
zullen afplatten
you all will flatten
zullen afplatten
they will flatten
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou afplatten
I would flatten
zou afplatten
you would flatten
zou afplatten
he/she/it would flatten
zouden afplatten
we would flatten
zouden afplatten
you all would flatten
zouden afplatten
they would flatten
Subjunctive mood
platte af
I flatten
platte af
you flatten
platte af
he/she/it flatten
platte af
we flatten
platte af
you all flatten
platte af
they flatten
Past perfect tense
had afgeplat
I had flattened
had afgeplat
you had flattened
had afgeplat
he/she/it had flattened
hadden afgeplat
we had flattened
hadden afgeplat
you all had flattened
hadden afgeplat
they had flattened
Future perf.
zal afgeplat hebben
I will have flattened
zal afgeplat hebben
you will have flattened
zal afgeplat hebben
he/she/it will have flattened
zullen afgeplat hebben
we will have flattened
zullen afgeplat hebben
you all will have flattened
zullen afgeplat hebben
they will have flattened
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou afgeplat hebben
I would have flattened
zou afgeplat hebben
you would have flattened
zou afgeplat hebben
he/she/it would have flattened
zouden afgeplat hebben
we would have flattened
zouden afgeplat hebben
you all would have flattened
zouden afgeplat hebben
they would have flattened
Present bijzin tense
afplat
I flatten
afplat
you flatten
afplat
he/she/it flattens
afplatten
we flatten
afplatten
you all flatten
afplatten
they flatten
Past bijzin tense
afplatte
I flattened
afplatte
you flattened
afplatte
he/she/it flattened
afplatten
we flattened
afplatten
you all flattened
afplatten
they flattened
Future bijzin tense
zal afplatten
I will flatten
zult afplatten
you will flatten
zal afplatten
he/she/it will flatten
zullen afplatten
we will flatten
zullen afplatten
you all will flatten
zullen afplatten
they will flatten
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou afplatten
I would flatten
zou afplatten
you would flatten
zou afplatten
he/she/it would flatten
zouden afplatten
we would flatten
zouden afplatten
you all would flatten
zouden afplatten
they would flatten
Subjunctive bijzin mood
afplatte
I flatten
afplatte
you flatten
afplatte
he/she/it flatten
afplatte
we flatten
afplatte
you all flatten
afplatte
they flatten
Du
Ihr
Imperative mood
plat af
flatten
plat af
flatten

Examples of afplatten

Example in DutchTranslation in English
De Reuzen slijkvlieg, met zijn afgeplat lichaam... om de trekkracht te verkleinen, heeft borstelkieuwen om zuurstof uit de stroom te halen.The hellgrammite, its body flattened to reduce drag, has bushy gills to extract oxygen from the current.
De cerebrale kronkelingen zijn afgeplat, en het weefsel is stevig en sterk.The cerebral convolutions have flattened, and the tissue is markedly firm.
De klink, ze hebben de klink afgeplat.Doctor. The handle, they've flattened the handle.
Het heeft geen vinnen, en zelfs zijn staart is weinig meer dan een afgeplat uiteinde.It has no fins, and even its tail is nothing more than a flattened blade.
Je richt geen schade aan met een niet afgeplat tijdschrift.You ain't gonna inflict any damage with no flattened-out magazine.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

afplaggen
turf
afplakken
tap
afpleiten
do
afpletten
do
afspatten
spall

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

afleveren
do
aflikken
lick
afmelken
perform milking
afpeddelen
do
afpijnigen
ruminate
afplakken
tap
afpleiten
do
afrasteren
rail off
afreden
drove off
afreizen
do

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'flatten':

None found.
Learning languages?