Aanklampen (to accuse) conjugation

Dutch
1 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
klamp aan
I accuse
klampt aan
you accuse
klampt aan
he/she/it accuses
klampen aan
we accuse
klampen aan
you all accuse
klampen aan
they accuse
Present perfect tense
heb aangeklampt
I have accused
hebt aangeklampt
you have accused
heeft aangeklampt
he/she/it has accused
hebben aangeklampt
we have accused
hebben aangeklampt
you all have accused
hebben aangeklampt
they have accused
Past tense
klampte aan
I accused
klampte aan
you accused
klampte aan
he/she/it accused
klampten aan
we accused
klampten aan
you all accused
klampten aan
they accused
Future tense
zal aanklampen
I will accuse
zult aanklampen
you will accuse
zal aanklampen
he/she/it will accuse
zullen aanklampen
we will accuse
zullen aanklampen
you all will accuse
zullen aanklampen
they will accuse
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou aanklampen
I would accuse
zou aanklampen
you would accuse
zou aanklampen
he/she/it would accuse
zouden aanklampen
we would accuse
zouden aanklampen
you all would accuse
zouden aanklampen
they would accuse
Subjunctive mood
klampe aan
I accuse
klampe aan
you accuse
klampe aan
he/she/it accuse
klampe aan
we accuse
klampe aan
you all accuse
klampe aan
they accuse
Past perfect tense
had aangeklampt
I had accused
had aangeklampt
you had accused
had aangeklampt
he/she/it had accused
hadden aangeklampt
we had accused
hadden aangeklampt
you all had accused
hadden aangeklampt
they had accused
Future perf.
zal aangeklampt hebben
I will have accused
zal aangeklampt hebben
you will have accused
zal aangeklampt hebben
he/she/it will have accused
zullen aangeklampt hebben
we will have accused
zullen aangeklampt hebben
you all will have accused
zullen aangeklampt hebben
they will have accused
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou aangeklampt hebben
I would have accused
zou aangeklampt hebben
you would have accused
zou aangeklampt hebben
he/she/it would have accused
zouden aangeklampt hebben
we would have accused
zouden aangeklampt hebben
you all would have accused
zouden aangeklampt hebben
they would have accused
Present bijzin tense
aanklamp
I accuse
aanklampt
you accuse
aanklampt
he/she/it accuses
aanklampen
we accuse
aanklampen
you all accuse
aanklampen
they accuse
Past bijzin tense
aanklampte
I accused
aanklampte
you accused
aanklampte
he/she/it accused
aanklampten
we accused
aanklampten
you all accused
aanklampten
they accused
Future bijzin tense
zal aanklampen
I will accuse
zult aanklampen
you will accuse
zal aanklampen
he/she/it will accuse
zullen aanklampen
we will accuse
zullen aanklampen
you all will accuse
zullen aanklampen
they will accuse
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou aanklampen
I would accuse
zou aanklampen
you would accuse
zou aanklampen
he/she/it would accuse
zouden aanklampen
we would accuse
zouden aanklampen
you all would accuse
zouden aanklampen
they would accuse
Subjunctive bijzin mood
aanklampe
I accuse
aanklampe
you accuse
aanklampe
he/she/it accuse
aanklampe
we accuse
aanklampe
you all accuse
aanklampe
they accuse
Du
Ihr
Imperative mood
klamp aan
accuse
klampt aan
accuse

Examples of aanklampen

Example in DutchTranslation in English
En dan, minuten voordat hij hier zou getuigen en het zelfde verhaal vertellen, werd hij aangeklampt in de gang door de advocaat van de beklaagde, Pete Kaczmarek.And then, minutes before he was about to take the stand here and tell that same story, he was accosted in the hallway by the attorney of the accused, Pete Kaczmarek.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

aankloppen
knock at the door
aanstampen
tamp down

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

aanbewijzen
do
aanflitsen
flash on
aanhollen
tag along
aanhoren
listen to
aanhouden
stop
aanklagen
accuse
aankleden
accuse
aanlappen
pass off on
aanlijken
do
zwalken
drift about

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'accuse':

None found.
Learning languages?