Voortleven (to survive) conjugation

Dutch
7 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
leef voort
I survive
leeft voort
you survive
leeft voort
he/she/it survives
leven voort
we survive
leven voort
you all survive
leven voort
they survive
Present perfect tense
heb voortgeleefd
I have survived
hebt voortgeleefd
you have survived
heeft voortgeleefd
he/she/it has survived
hebben voortgeleefd
we have survived
hebben voortgeleefd
you all have survived
hebben voortgeleefd
they have survived
Past tense
leefde voort
I survived
leefde voort
you survived
leefde voort
he/she/it survived
leefden voort
we survived
leefden voort
you all survived
leefden voort
they survived
Future tense
zal voortleven
I will survive
zult voortleven
you will survive
zal voortleven
he/she/it will survive
zullen voortleven
we will survive
zullen voortleven
you all will survive
zullen voortleven
they will survive
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou voortleven
I would survive
zou voortleven
you would survive
zou voortleven
he/she/it would survive
zouden voortleven
we would survive
zouden voortleven
you all would survive
zouden voortleven
they would survive
Subjunctive mood
leve voort
I survive
leve voort
you survive
leve voort
he/she/it survive
leve voort
we survive
leve voort
you all survive
leve voort
they survive
Past perfect tense
had voortgeleefd
I had survived
had voortgeleefd
you had survived
had voortgeleefd
he/she/it had survived
hadden voortgeleefd
we had survived
hadden voortgeleefd
you all had survived
hadden voortgeleefd
they had survived
Future perf.
zal voortgeleefd hebben
I will have survived
zal voortgeleefd hebben
you will have survived
zal voortgeleefd hebben
he/she/it will have survived
zullen voortgeleefd hebben
we will have survived
zullen voortgeleefd hebben
you all will have survived
zullen voortgeleefd hebben
they will have survived
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou voortgeleefd hebben
I would have survived
zou voortgeleefd hebben
you would have survived
zou voortgeleefd hebben
he/she/it would have survived
zouden voortgeleefd hebben
we would have survived
zouden voortgeleefd hebben
you all would have survived
zouden voortgeleefd hebben
they would have survived
Present bijzin tense
voortleef
I survive
voortleeft
you survive
voortleeft
he/she/it survives
voortleven
we survive
voortleven
you all survive
voortleven
they survive
Past bijzin tense
voortleefde
I survived
voortleefde
you survived
voortleefde
he/she/it survived
voortleefden
we survived
voortleefden
you all survived
voortleefden
they survived
Future bijzin tense
zal voortleven
I will survive
zult voortleven
you will survive
zal voortleven
he/she/it will survive
zullen voortleven
we will survive
zullen voortleven
you all will survive
zullen voortleven
they will survive
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou voortleven
I would survive
zou voortleven
you would survive
zou voortleven
he/she/it would survive
zouden voortleven
we would survive
zouden voortleven
you all would survive
zouden voortleven
they would survive
Subjunctive bijzin mood
voortleve
I survive
voortleve
you survive
voortleve
he/she/it survive
voortleve
we survive
voortleve
you all survive
voortleve
they survive
Du
Ihr
Imperative mood
leef voort
survive
leeft voort
survive

Examples of voortleven

Example in DutchTranslation in English
Dan kun jij voortleven, en hij ook.You survive that way,and so does he.
De beschaving van uw volk kan voortleven in u.Your people's accomplishments their knowledge, their dignity can survive in you.
Hoe kan deze wereld voortleven als ik een god ben geworden?If I become a god, how will our world survive without me? I can't just abandon it.
Niks, tenzij je bereid zou zijn geweest de technologie te laten voortleven.Nothing, unless you were willing to let the technology survive.
Onze vaders zeiden vroeger: Laat iets van mij voortleven.When we were children, our fathers said, "Let something of me survive."
Hudgens' slachtoffers leefden voort als 'slapers'.Hudgens' victims survived as sleepers.
En niet alleen overleefden, maar nog duizenden jaren voortleefden, misschien zelfs wel miljoenen jaren?And not only survived but thrived for several thousands, or even millions, of years?

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

voortgeven
continue giving
voortlopen
continue walking

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'survive':

None found.
Learning languages?