Verviervoudigen (to quadruple) conjugation

Dutch
17 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
verviervoudig
I quadruple
verviervoudigt
you quadruple
verviervoudigt
he/she/it quadruples
verviervoudigen
we quadruple
verviervoudigen
you all quadruple
verviervoudigen
they quadruple
Present perfect tense
heb verviervoudigd
I have quadrupled
hebt verviervoudigd
you have quadrupled
heeft verviervoudigd
he/she/it has quadrupled
hebben verviervoudigd
we have quadrupled
hebben verviervoudigd
you all have quadrupled
hebben verviervoudigd
they have quadrupled
Past tense
verviervoudigde
I quadrupled
verviervoudigde
you quadrupled
verviervoudigde
he/she/it quadrupled
verviervoudigden
we quadrupled
verviervoudigden
you all quadrupled
verviervoudigden
they quadrupled
Future tense
zal verviervoudigen
I will quadruple
zult verviervoudigen
you will quadruple
zal verviervoudigen
he/she/it will quadruple
zullen verviervoudigen
we will quadruple
zullen verviervoudigen
you all will quadruple
zullen verviervoudigen
they will quadruple
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou verviervoudigen
I would quadruple
zou verviervoudigen
you would quadruple
zou verviervoudigen
he/she/it would quadruple
zouden verviervoudigen
we would quadruple
zouden verviervoudigen
you all would quadruple
zouden verviervoudigen
they would quadruple
Subjunctive mood
verviervoudige
I quadruple
verviervoudige
you quadruple
verviervoudige
he/she/it quadruple
verviervoudige
we quadruple
verviervoudige
you all quadruple
verviervoudige
they quadruple
Past perfect tense
had verviervoudigd
I had quadrupled
had verviervoudigd
you had quadrupled
had verviervoudigd
he/she/it had quadrupled
hadden verviervoudigd
we had quadrupled
hadden verviervoudigd
you all had quadrupled
hadden verviervoudigd
they had quadrupled
Future perf.
zal verviervoudigd hebben
I will have quadrupled
zal verviervoudigd hebben
you will have quadrupled
zal verviervoudigd hebben
he/she/it will have quadrupled
zullen verviervoudigd hebben
we will have quadrupled
zullen verviervoudigd hebben
you all will have quadrupled
zullen verviervoudigd hebben
they will have quadrupled
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou verviervoudigd hebben
I would have quadrupled
zou verviervoudigd hebben
you would have quadrupled
zou verviervoudigd hebben
he/she/it would have quadrupled
zouden verviervoudigd hebben
we would have quadrupled
zouden verviervoudigd hebben
you all would have quadrupled
zouden verviervoudigd hebben
they would have quadrupled
Du
Ihr
Imperative mood
verviervoudig
quadruple
verviervoudigt
quadruple

Examples of verviervoudigen

Example in DutchTranslation in English
-Ik kan je inkomen verviervoudigen.What if I could quadruple your income?
Als de Second Avenue metro klaar is, zal de waarde verviervoudigen.Believe me, when they finish the Second Avenue subway, this apartment will quadruple in value.
Binnen vier uur zal het zich weer verviervoudigen.Four hours from now it will quadruple again.
Daarom, zullen we enkel de budgetten verviervoudigen voor scholen die onthouding leren aan hun jongeren, dank u.Therefore, we will quadruple the federal spending given only to schools that teach abstinence to their students. Thank you.
De energieprijzen in de VS zouden verviervoudigen.The energy prices in the U.S. would quadruple.
Ik verdubbel en verviervoudig het.- Double it and quadruple it. - No. You're being unreasonable!
Ik verviervoudig het. Ik vervijfvoudig het.I'll quadruple it!
Ik verviervoudig het.- I'll quadruple it. - No.
Dat verviervoudigt ons vermogen.We'll be able to quadruple our power output overnight.
Het verviervoudigt je spierkracht.It takes what you've got, and quadruples your muscle capacity.
Maar als je opstaat uit de dood verdriedubbel je je kracht... soms verviervoudigt het zelfs.But if you rise from the dead verdriedubbel your strength... sometimes even quadrupled.
- Het is meer dan verviervoudigd.- It's more than quadrupled.
Al, David en ik zagen ons geld in een week tijd verviervoudigd want jij sluist het door naar de Kameel Eilanden.Al, David and I had our money quadrupled in about a week because you put it through the Camel Islands.
Het heeft zich verviervoudigd.It has quadrupled in size.
Hun onderhoudsbudget is verviervoudigd.Their maintenance budgets have quadrupled.
Ik heb je investering verviervoudigd.Congratulations! You just quadrupled your investment!
Je moordcijfer verviervoudigde.Your homicide rate's quadrupled.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

vervijfvoudigen
quintuple

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'quadruple':

None found.
Learning languages?