Cooljugator Logo Get a Dutch Tutor

vergeestelijken

to spiritualize

Looking for learning resources? Study with our courses! Get a full course →

Conjugation of vergeestelijken

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
vergeestelijk
I spiritualize
vergeestelijkt
you spiritualize
vergeestelijkt
he/she/it spiritualizes
vergeestelijken
we spiritualize
vergeestelijken
you all spiritualize
vergeestelijken
they spiritualize
Present perfect tense
ben vergeestelijkt
I have spiritualized
bent vergeestelijkt
you have spiritualized
is vergeestelijkt
he/she/it has spiritualized
zijn vergeestelijkt
we have spiritualized
zijn vergeestelijkt
you all have spiritualized
zijn vergeestelijkt
they have spiritualized
Past tense
vergeestelijkte
I spiritualized
vergeestelijkte
you spiritualized
vergeestelijkte
he/she/it spiritualized
vergeestelijkten
we spiritualized
vergeestelijkten
you all spiritualized
vergeestelijkten
they spiritualized
Future tense
zal vergeestelijken
I will spiritualize
zult vergeestelijken
you will spiritualize
zal vergeestelijken
he/she/it will spiritualize
zullen vergeestelijken
we will spiritualize
zullen vergeestelijken
you all will spiritualize
zullen vergeestelijken
they will spiritualize
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou vergeestelijken
I would spiritualize
zou vergeestelijken
you would spiritualize
zou vergeestelijken
he/she/it would spiritualize
zouden vergeestelijken
we would spiritualize
zouden vergeestelijken
you all would spiritualize
zouden vergeestelijken
they would spiritualize
Subjunctive mood
vergeestelijke
I spiritualize
vergeestelijke
you spiritualize
vergeestelijke
he/she/it spiritualize
vergeestelijke
we spiritualize
vergeestelijke
you all spiritualize
vergeestelijke
they spiritualize
Past perfect tense
was vergeestelijkt
I had spiritualized
was vergeestelijkt
you had spiritualized
was vergeestelijkt
he/she/it had spiritualized
waren vergeestelijkt
we had spiritualized
waren vergeestelijkt
you all had spiritualized
waren vergeestelijkt
they had spiritualized
Future perf.
zal vergeestelijkt zijn
I will have spiritualized
zal vergeestelijkt zijn
you will have spiritualized
zal vergeestelijkt zijn
he/she/it will have spiritualized
zullen vergeestelijkt zijn
we will have spiritualized
zullen vergeestelijkt zijn
you all will have spiritualized
zullen vergeestelijkt zijn
they will have spiritualized
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou vergeestelijkt zijn
I would have spiritualized
zou vergeestelijkt zijn
you would have spiritualized
zou vergeestelijkt zijn
he/she/it would have spiritualized
zouden vergeestelijkt zijn
we would have spiritualized
zouden vergeestelijkt zijn
you all would have spiritualized
zouden vergeestelijkt zijn
they would have spiritualized
Du
Ihr
Imperative mood
vergeestelijk
spiritualize
vergeestelijkt
spiritualize

Further details about this page

LOCATION