Cooljugator Logo Get a Dutch Tutor

vaneenspringen

to do

Looking for learning resources? Study with our courses! Get a full course →

Conjugation of vaneenspringen

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
spring vaneen
I do
springt vaneen
you do
springt vaneen
he/she/it does
springen vaneen
we do
springen vaneen
you all do
springen vaneen
they do
Present perfect tense
ben vaneengesprongen
I have done
bent vaneengesprongen
you have done
is vaneengesprongen
he/she/it has done
zijn vaneengesprongen
we have done
zijn vaneengesprongen
you all have done
zijn vaneengesprongen
they have done
Past tense
sprong vaneen
I did
sprong vaneen
you did
sprong vaneen
he/she/it did
sprongen vaneen
we did
sprongen vaneen
you all did
sprongen vaneen
they did
Future tense
zal vaneenspringen
I will do
zult vaneenspringen
you will do
zal vaneenspringen
he/she/it will do
zullen vaneenspringen
we will do
zullen vaneenspringen
you all will do
zullen vaneenspringen
they will do
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou vaneenspringen
I would do
zou vaneenspringen
you would do
zou vaneenspringen
he/she/it would do
zouden vaneenspringen
we would do
zouden vaneenspringen
you all would do
zouden vaneenspringen
they would do
Subjunctive mood
springe vaneen
I do
springe vaneen
you do
springe vaneen
he/she/it do
springe vaneen
we do
springe vaneen
you all do
springe vaneen
they do
Past perfect tense
was vaneengesprongen
I had done
was vaneengesprongen
you had done
was vaneengesprongen
he/she/it had done
waren vaneengesprongen
we had done
waren vaneengesprongen
you all had done
waren vaneengesprongen
they had done
Future perf.
zal vaneengesprongen zijn
I will have done
zal vaneengesprongen zijn
you will have done
zal vaneengesprongen zijn
he/she/it will have done
zullen vaneengesprongen zijn
we will have done
zullen vaneengesprongen zijn
you all will have done
zullen vaneengesprongen zijn
they will have done
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou vaneengesprongen zijn
I would have done
zou vaneengesprongen zijn
you would have done
zou vaneengesprongen zijn
he/she/it would have done
zouden vaneengesprongen zijn
we would have done
zouden vaneengesprongen zijn
you all would have done
zouden vaneengesprongen zijn
they would have done
Present bijzin tense
vaneenspring
I do
vaneenspringt
you do
vaneenspringt
he/she/it does
vaneenspringen
we do
vaneenspringen
you all do
vaneenspringen
they do
Past bijzin tense
vaneensprong
I did
vaneensprong
you did
vaneensprong
he/she/it did
vaneensprongen
we did
vaneensprongen
you all did
vaneensprongen
they did
Future bijzin tense
zal vaneenspringen
I will do
zult vaneenspringen
you will do
zal vaneenspringen
he/she/it will do
zullen vaneenspringen
we will do
zullen vaneenspringen
you all will do
zullen vaneenspringen
they will do
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou vaneenspringen
I would do
zou vaneenspringen
you would do
zou vaneenspringen
he/she/it would do
zouden vaneenspringen
we would do
zouden vaneenspringen
you all would do
zouden vaneenspringen
they would do
Subjunctive bijzin mood
vaneenspringe
I do
vaneenspringe
you do
vaneenspringe
he/she/it do
vaneenspringe
we do
vaneenspringe
you all do
vaneenspringe
they do
Du
Ihr
Imperative mood
spring vaneen
do
springt vaneen
do

Further details about this page

LOCATION