Cooljugator Logo Get a Dutch Tutor

uitverdedigen

to do

Looking for learning resources? Study with our courses! Get a full course →

Conjugation of uitverdedigen

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
verdedig uit
I do
verdedigt uit
you do
verdedigt uit
he/she/it does
verdedigen uit
we do
verdedigen uit
you all do
verdedigen uit
they do
Present perfect tense
heb uitverdedigd
I have done
hebt uitverdedigd
you have done
heeft uitverdedigd
he/she/it has done
hebben uitverdedigd
we have done
hebben uitverdedigd
you all have done
hebben uitverdedigd
they have done
Past tense
verdedigde uit
I did
verdedigde uit
you did
verdedigde uit
he/she/it did
verdedigden uit
we did
verdedigden uit
you all did
verdedigden uit
they did
Future tense
zal uitverdedigen
I will do
zult uitverdedigen
you will do
zal uitverdedigen
he/she/it will do
zullen uitverdedigen
we will do
zullen uitverdedigen
you all will do
zullen uitverdedigen
they will do
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou uitverdedigen
I would do
zou uitverdedigen
you would do
zou uitverdedigen
he/she/it would do
zouden uitverdedigen
we would do
zouden uitverdedigen
you all would do
zouden uitverdedigen
they would do
Subjunctive mood
verdedige uit
I do
verdedige uit
you do
verdedige uit
he/she/it do
verdedige uit
we do
verdedige uit
you all do
verdedige uit
they do
Past perfect tense
had uitverdedigd
I had done
had uitverdedigd
you had done
had uitverdedigd
he/she/it had done
hadden uitverdedigd
we had done
hadden uitverdedigd
you all had done
hadden uitverdedigd
they had done
Future perf.
zal uitverdedigd hebben
I will have done
zal uitverdedigd hebben
you will have done
zal uitverdedigd hebben
he/she/it will have done
zullen uitverdedigd hebben
we will have done
zullen uitverdedigd hebben
you all will have done
zullen uitverdedigd hebben
they will have done
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou uitverdedigd hebben
I would have done
zou uitverdedigd hebben
you would have done
zou uitverdedigd hebben
he/she/it would have done
zouden uitverdedigd hebben
we would have done
zouden uitverdedigd hebben
you all would have done
zouden uitverdedigd hebben
they would have done
Present bijzin tense
uitverdedig
I do
uitverdedigt
you do
uitverdedigt
he/she/it does
uitverdedigen
we do
uitverdedigen
you all do
uitverdedigen
they do
Past bijzin tense
uitverdedigde
I did
uitverdedigde
you did
uitverdedigde
he/she/it did
uitverdedigden
we did
uitverdedigden
you all did
uitverdedigden
they did
Future bijzin tense
zal uitverdedigen
I will do
zult uitverdedigen
you will do
zal uitverdedigen
he/she/it will do
zullen uitverdedigen
we will do
zullen uitverdedigen
you all will do
zullen uitverdedigen
they will do
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou uitverdedigen
I would do
zou uitverdedigen
you would do
zou uitverdedigen
he/she/it would do
zouden uitverdedigen
we would do
zouden uitverdedigen
you all would do
zouden uitverdedigen
they would do
Subjunctive bijzin mood
uitverdedige
I do
uitverdedige
you do
uitverdedige
he/she/it do
uitverdedige
we do
uitverdedige
you all do
uitverdedige
they do
Du
Ihr
Imperative mood
verdedig uit
do
verdedigt uit
do

Further details about this page

LOCATION