Uitmergelen (to emaciate) conjugation

Dutch
5 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
mergel uit
I emaciate
mergelt uit
you emaciate
mergelt uit
he/she/it emaciates
mergelen uit
we emaciate
mergelen uit
you all emaciate
mergelen uit
they emaciate
Present perfect tense
heb uitgemergeld
I have emaciated
hebt uitgemergeld
you have emaciated
heeft uitgemergeld
he/she/it has emaciated
hebben uitgemergeld
we have emaciated
hebben uitgemergeld
you all have emaciated
hebben uitgemergeld
they have emaciated
Past tense
mergelde uit
I emaciated
mergelde uit
you emaciated
mergelde uit
he/she/it emaciated
mergelden uit
we emaciated
mergelden uit
you all emaciated
mergelden uit
they emaciated
Future tense
zal uitmergelen
I will emaciate
zult uitmergelen
you will emaciate
zal uitmergelen
he/she/it will emaciate
zullen uitmergelen
we will emaciate
zullen uitmergelen
you all will emaciate
zullen uitmergelen
they will emaciate
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou uitmergelen
I would emaciate
zou uitmergelen
you would emaciate
zou uitmergelen
he/she/it would emaciate
zouden uitmergelen
we would emaciate
zouden uitmergelen
you all would emaciate
zouden uitmergelen
they would emaciate
Subjunctive mood
mergele uit
I emaciate
mergele uit
you emaciate
mergele uit
he/she/it emaciate
mergele uit
we emaciate
mergele uit
you all emaciate
mergele uit
they emaciate
Past perfect tense
had uitgemergeld
I had emaciated
had uitgemergeld
you had emaciated
had uitgemergeld
he/she/it had emaciated
hadden uitgemergeld
we had emaciated
hadden uitgemergeld
you all had emaciated
hadden uitgemergeld
they had emaciated
Future perf.
zal uitgemergeld hebben
I will have emaciated
zal uitgemergeld hebben
you will have emaciated
zal uitgemergeld hebben
he/she/it will have emaciated
zullen uitgemergeld hebben
we will have emaciated
zullen uitgemergeld hebben
you all will have emaciated
zullen uitgemergeld hebben
they will have emaciated
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou uitgemergeld hebben
I would have emaciated
zou uitgemergeld hebben
you would have emaciated
zou uitgemergeld hebben
he/she/it would have emaciated
zouden uitgemergeld hebben
we would have emaciated
zouden uitgemergeld hebben
you all would have emaciated
zouden uitgemergeld hebben
they would have emaciated
Present bijzin tense
uitmergel
I emaciate
uitmergelt
you emaciate
uitmergelt
he/she/it emaciates
uitmergelen
we emaciate
uitmergelen
you all emaciate
uitmergelen
they emaciate
Past bijzin tense
uitmergelde
I emaciated
uitmergelde
you emaciated
uitmergelde
he/she/it emaciated
uitmergelden
we emaciated
uitmergelden
you all emaciated
uitmergelden
they emaciated
Future bijzin tense
zal uitmergelen
I will emaciate
zult uitmergelen
you will emaciate
zal uitmergelen
he/she/it will emaciate
zullen uitmergelen
we will emaciate
zullen uitmergelen
you all will emaciate
zullen uitmergelen
they will emaciate
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou uitmergelen
I would emaciate
zou uitmergelen
you would emaciate
zou uitmergelen
he/she/it would emaciate
zouden uitmergelen
we would emaciate
zouden uitmergelen
you all would emaciate
zouden uitmergelen
they would emaciate
Subjunctive bijzin mood
uitmergele
I emaciate
uitmergele
you emaciate
uitmergele
he/she/it emaciate
uitmergele
we emaciate
uitmergele
you all emaciate
uitmergele
they emaciate
Du
Ihr
Imperative mood
mergel uit
emaciate
mergelt uit
emaciate

Examples of uitmergelen

Example in DutchTranslation in English
Het is uitgemergeld.It's emaciated.
Hij was helemaal uitgemergeld.They hadn't fed him, and he was emaciated.
Je bent heel dun en uitgemergeld.You're emaciated.
Wat verklaard waarom ze zo uitgemergeld was toen ze werd gevonden.Which explains why Haslat was so emaciated when she was found.
Ze is helemaal uitgemergeld.She's totally emaciated.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

uitkermen
do
uitknobelen
do
uitkrijsen
scream and shout
uitladen
unload
uitlangen
do
uitmelken
utilize
uitmesten
muck out
uitmonden
do
uitpoetsen
polish
uitregenen
rain out

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'emaciate':

None found.
Learning languages?