Troosten (to solace) conjugation

Dutch
10 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
troost
I solace
troost
you solace
troost
he/she/it solaces
troosten
we solace
troosten
you all solace
troosten
they solace
Present perfect tense
heb getroost
I have solaced
hebt getroost
you have solaced
heeft getroost
he/she/it has solaced
hebben getroost
we have solaced
hebben getroost
you all have solaced
hebben getroost
they have solaced
Past tense
troostte
I solaced
troostte
you solaced
troostte
he/she/it solaced
troostten
we solaced
troostten
you all solaced
troostten
they solaced
Future tense
zal troosten
I will solace
zult troosten
you will solace
zal troosten
he/she/it will solace
zullen troosten
we will solace
zullen troosten
you all will solace
zullen troosten
they will solace
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou troosten
I would solace
zou troosten
you would solace
zou troosten
he/she/it would solace
zouden troosten
we would solace
zouden troosten
you all would solace
zouden troosten
they would solace
Subjunctive mood
trooste
I solace
trooste
you solace
trooste
he/she/it solace
trooste
we solace
trooste
you all solace
trooste
they solace
Past perfect tense
had getroost
I had solaced
had getroost
you had solaced
had getroost
he/she/it had solaced
hadden getroost
we had solaced
hadden getroost
you all had solaced
hadden getroost
they had solaced
Future perf.
zal getroost hebben
I will have solaced
zal getroost hebben
you will have solaced
zal getroost hebben
he/she/it will have solaced
zullen getroost hebben
we will have solaced
zullen getroost hebben
you all will have solaced
zullen getroost hebben
they will have solaced
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou getroost hebben
I would have solaced
zou getroost hebben
you would have solaced
zou getroost hebben
he/she/it would have solaced
zouden getroost hebben
we would have solaced
zouden getroost hebben
you all would have solaced
zouden getroost hebben
they would have solaced
Du
Ihr
Imperative mood
troost
solace
troost
solace

Examples of troosten

Example in DutchTranslation in English
Een roeping om God lief te hebben, de armen te helpen en de zieken te troosten.A vocation to love God, help the poor, solace the sick and dying.
Je kunt je troosten met deze gedachte:You might take solace in this thought.
Je ligt daar in mijn armen en laat je papa... je stilletjes troosten.'You just lay there, in my embrace And let your dad Give you solace
Te hulp komen en troosten en een schouder om op uit te huilen.Succor and solace and a shoulder to cry on.
U kunt zich ergens mee troosten.At least you can take solace in one thing.
- Dat zou jou troost geven.But, Jane, then you'd have solace.
- Dus als jij het verknalt, vind je troost in de wetenschap dat ik je niet tegenhield?So if you screw up,' you can find solace in the fact that I didn't stop you?
- Je vindt alleen troost bij je geliefden.Yeah, the only solace might be with your loved ones when it's time.
- Maar, Jane, dan zou jij troost hebben gevonden.But, Jane, then you'd have solace.
- Taart was haar enige troost.Alone and scared, a sheet cake her only solace.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

proosten
toast

Similar but longer

getroosten
intensify

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'solace':

None found.
Learning languages?

Receive top verbs, tips and our newsletter free!

Languages Interested In