Speak any language with confidence

Take our quick quiz to start your journey to fluency today!

Get started

Terugbrengen (to take back) conjugation

Dutch
11 examples
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
breng terug
brengt terug
brengt terug
brengen terug
brengen terug
brengen terug
Present perfect tense
heb teruggebracht
hebt teruggebracht
heeft teruggebracht
hebben teruggebracht
hebben teruggebracht
hebben teruggebracht
Past tense
bracht terug
bracht terug
bracht terug
brachten terug
brachten terug
brachten terug
Future tense
zal terugbrengen
zult terugbrengen
zal terugbrengen
zullen terugbrengen
zullen terugbrengen
zullen terugbrengen
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou terugbrengen
zou terugbrengen
zou terugbrengen
zouden terugbrengen
zouden terugbrengen
zouden terugbrengen
Subjunctive mood
brenge terug
brenge terug
brenge terug
brenge terug
brenge terug
brenge terug
Past perfect tense
had teruggebracht
had teruggebracht
had teruggebracht
hadden teruggebracht
hadden teruggebracht
hadden teruggebracht
Future perf.
zal teruggebracht hebben
zal teruggebracht hebben
zal teruggebracht hebben
zullen teruggebracht hebben
zullen teruggebracht hebben
zullen teruggebracht hebben
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou teruggebracht hebben
zou teruggebracht hebben
zou teruggebracht hebben
zouden teruggebracht hebben
zouden teruggebracht hebben
zouden teruggebracht hebben
Present bijzin tense
terugbreng
terugbrengt
terugbrengt
terugbrengen
terugbrengen
terugbrengen
Past bijzin tense
terugbracht
terugbracht
terugbracht
terugbrachten
terugbrachten
terugbrachten
Future bijzin tense
zal terugbrengen
zult terugbrengen
zal terugbrengen
zullen terugbrengen
zullen terugbrengen
zullen terugbrengen
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou terugbrengen
zou terugbrengen
zou terugbrengen
zouden terugbrengen
zouden terugbrengen
zouden terugbrengen
Subjunctive bijzin mood
terugbrenge
terugbrenge
terugbrenge
terugbrenge
terugbrenge
terugbrenge
Du
Ihr
Imperative mood
breng terug
brengt terug

Examples of terugbrengen

Example in DutchTranslation in English
Dan kan ik die oorringen dus wel terugbrengen.So I guess I can just take back the earrings.
En als je je schaamt over het geld dat ik verdien dan wil je maandag misschien wel die jurk en die juwelen terugbrengen.And if you're embarrassed by the money I've made then maybe on Monday, you'd like to take back that dress and that jewelry.
Ik moet Travis zijn mobiel terugbrengen.I gotta take back Travis' phone.
Jij moet zien wat er komt, Stuart. En het nieuws terugbrengen dat nooit zal worden vergeten.You must see what's coming, Stuart... and take back such news as will never be forgotten.
Laat mij het medicijn dan terugbrengen.Then let me take back the medicine. They're getting sicker.
Als hij teruggebracht was naar kasteel Ehb, hoelang zou hij daar nog overleefd hebben?If that child had been taken back to Castle Ehb... how long would he have survived?
Darth Maul, de sinistere Sith die gedacht was gedood te zijn... zo vele jaren geleden door Jedi Meester Obi-Wan Kenobi, werd levend... teruggevonden door zijn broer, Savage Opress, en teruggebracht naar...Darth Maul, the sinister sith thought to have been destroyed so many years ago by Jedi Master Obi-Wan Kenobi, was found alive by his brother, Savage Opress, and taken back to
Dat werd teruggebrachtOh, they were taken back
Hij zal teruggebracht moeten worden naar Kamino.He'll have to be taken back to Kamino.
Onze spionnen zeggen dat het prototype is teruggebracht... naar Andoria waar het uit elkaar is gehaald.Our operatives tell us the prototype was taken back... to Andoria where it was disassembled.
Ik wil dat Sam Leah en Seth terugbrengt.l want Sam to take back Leah and Seth. - What?

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

tappelen
do
tegenpruttelen
simmer
tenderen
temp tar
tenietgaan
dwindle
tennissen
tennis
terechthelpen
find help
terugboeken
back books
terugbuigen
bend back
teruglezen
read back
terugschrikken
shy

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'take back':

None found.