Stukbijten (to chew) conjugation

Dutch
4 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
bijt stuk
I chew
bijt stuk
you chew
bijt stuk
he/she/it chews
bijten stuk
we chew
bijten stuk
you all chew
bijten stuk
they chew
Present perfect tense
heb stukgebeten
I have chewed
hebt stukgebeten
you have chewed
heeft stukgebeten
he/she/it has chewed
hebben stukgebeten
we have chewed
hebben stukgebeten
you all have chewed
hebben stukgebeten
they have chewed
Past tense
beet stuk
I chewed
beet stuk
you chewed
beet stuk
he/she/it chewed
beten stuk
we chewed
beten stuk
you all chewed
beten stuk
they chewed
Future tense
zal stukbijten
I will chew
zult stukbijten
you will chew
zal stukbijten
he/she/it will chew
zullen stukbijten
we will chew
zullen stukbijten
you all will chew
zullen stukbijten
they will chew
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou stukbijten
I would chew
zou stukbijten
you would chew
zou stukbijten
he/she/it would chew
zouden stukbijten
we would chew
zouden stukbijten
you all would chew
zouden stukbijten
they would chew
Subjunctive mood
bijte stuk
I chew
bijte stuk
you chew
bijte stuk
he/she/it chew
bijte stuk
we chew
bijte stuk
you all chew
bijte stuk
they chew
Past perfect tense
had stukgebeten
I had chewed
had stukgebeten
you had chewed
had stukgebeten
he/she/it had chewed
hadden stukgebeten
we had chewed
hadden stukgebeten
you all had chewed
hadden stukgebeten
they had chewed
Future perf.
zal stukgebeten hebben
I will have chewed
zal stukgebeten hebben
you will have chewed
zal stukgebeten hebben
he/she/it will have chewed
zullen stukgebeten hebben
we will have chewed
zullen stukgebeten hebben
you all will have chewed
zullen stukgebeten hebben
they will have chewed
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou stukgebeten hebben
I would have chewed
zou stukgebeten hebben
you would have chewed
zou stukgebeten hebben
he/she/it would have chewed
zouden stukgebeten hebben
we would have chewed
zouden stukgebeten hebben
you all would have chewed
zouden stukgebeten hebben
they would have chewed
Present bijzin tense
stukbijt
I chew
stukbijt
you chew
stukbijt
he/she/it chews
stukbijten
we chew
stukbijten
you all chew
stukbijten
they chew
Past bijzin tense
stukbeet
I chewed
stukbeet
you chewed
stukbeet
he/she/it chewed
stukbeten
we chewed
stukbeten
you all chewed
stukbeten
they chewed
Future bijzin tense
zal stukbijten
I will chew
zult stukbijten
you will chew
zal stukbijten
he/she/it will chew
zullen stukbijten
we will chew
zullen stukbijten
you all will chew
zullen stukbijten
they will chew
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou stukbijten
I would chew
zou stukbijten
you would chew
zou stukbijten
he/she/it would chew
zouden stukbijten
we would chew
zouden stukbijten
you all would chew
zouden stukbijten
they would chew
Subjunctive bijzin mood
stukbijte
I chew
stukbijte
you chew
stukbijte
he/she/it chew
stukbijte
we chew
stukbijte
you all chew
stukbijte
they chew
Du
Ihr
Imperative mood
bijt stuk
chew
bijt stuk
chew

Examples of stukbijten

Example in DutchTranslation in English
Achter een bal aanhollen, alles stukbijten en hijgen en blij zijn, snap je ?Bouncing a ball around and chewing on stuff and panting and happy, you know?
Heb je die vrouw gezien bij Oprah wiens gezicht door een aap was stukgebeten?Did you see the lady on Oprah who got her face chewed off by a monkey?
Ik werd wakker en merkte dat... ik de binnenkant van mijn mond had stukgebeten.I woke up, I found I'd actually chewed the inside of my mouth.
Gestapobaas Himmler werd in dit huis vastgehouden. Deze misdadiger had een capsule in zijn mond verstopt, die hij stukbeet.To that house Gestapo Chief Himmler was taKen when captured, arch criminal he could expect no mercy and had in his mouth a capsule which he chewed.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

sprinten
sprint
stofregenen
sprinkle
strippen
strip
strooien
dump
stuiken
swag
stukadoren
plaster
stukbreken
piece break
stukvallen
fall to pieces
sullen
do
surveilleren
supervise

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'chew':

None found.
Learning languages?